Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
1. Een geschrift, te weten de schriftelijke aangifte van [betrokkene 3] namens ABN AMRO Bank N.V. van 13 mei 2009 (Algemeen dossier, pagina 63 e.v.).Dit proces-verbaal houdt onder meer in de op bovengenoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 3] :
(…)
(…)
10.De verklaring van de verdachte.De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 7 november 2011 verklaard - zakelijk weergegeven -:
het hof begrijpt: [verdachte]), van wie ik de achternaam niet weet, had van [betrokkene 12] , die ik toen kende als [betrokkene 12] , gehoord dat het mogelijk zou kunnen zijn om met e. dentifiers wat te doen zodat er gecasht zou kunnen gaan worden. [verdachte] , [betrokkene 13] en [betrokkene 5] spraken daarover met elkaar. Ik was vaak bij hun gesprekken aanwezig. Zij spraken openlijk hierover met elkaar, ik kon daar gewoon aan meeluisteren. Ik hoorde dat zij spraken over de manier waarop dit cashen zou kunnen gaan gebeuren. Deze gesprekken vonden plaats na de reis naar Litouwen en voor de reis naar Milaan.
het hof begrijpt 2009) was ik zelf betrokken bij de manier waarop het skimmen uitgevoerd werd. Nadat wij deze e.dentifiers in banken hadden geplaatst en daarna de nummers op de passen hadden geladen zorgden wij ervoor dat de nummers weer bij [betrokkene 12] terechtkwamen. Wij belden dan naar [betrokkene 12] en wij vertelden hem dat wij nummers hadden geladen. [betrokkene 12] zorgde ervoor dat de rekeningnummers opgehaald werden.
Binnen onze groep werd erover gesproken dat we voor de kerst geld wilden hebben. We wilden allemaal geld, we wilden allemaal zoveel mogelijk geld ophalen van de rekeningnummers die uit de geplaatste e.dentifiers gehaald waren. We bespraken dan wanneer we de reis zouden gaan maken. We besloten met z'n allen om te gaan. Via Londen naar Italië en dan naar Roemenië. Ik zou rijden met mijn auto en [betrokkene 5] zou met zijn auto rijden. Bij mij in de auto reden [betrokkene 13] en mijn broer [betrokkene 17] mee. Bij [betrokkene 5] in de auto waren [betrokkene 15] en [betrokkene 6] . [betrokkene 16] is ook meegereden naar Londen, of bij mij of bij [betrokkene 5] in de auto. [verdachte] is met het vliegtuig naar Milaan gegaan. We ontmoetten hem in Milaan.
(…)
15.Het proces-verbaal van terechtzitting in eerste aanleg van 8 november 2011.
het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) en zijn broer [betrokkene 17] , [betrokkene 13] , [betrokkene 5] en zijn broer [betrokkene 15] en [betrokkene 6] en ik. We zouden voor geld gaan. Ik zou pinkaarten krijgen met pincodes. We zijn vertrokken voor de feestdagen. We zijn eerst met z'n allen naar Engeland gereden.
Bewijsoverwegingen feit 3
bankshopste internetbankieren met gebruikmaking van daartoe bij computers geplaatste e-dentifiers. Deze e-dentifiers dienden ter authenticatie en wel aldus dat een klant zijn of haar betaalpas in een dergelijke e-dentifier plaatste en vervolgens de pincode intoetste, waarna de eigenlijke authenticatie plaatsvond middels een zogeheten
challenge- response procedure.
track 2 gegevens. Deze gegevens bevinden zich op de magneetstrip van bankpassen en bevatten onder meer de rekeninggegevens en de versleutelde pincode behorende bij de betreffende bankpas. Telkens wanneer een klant van ABN AMRO Bank zijn of haar bankpas in een door [medeverdachte 1] gemanipuleerde e-dentifier plaatste, werden de
track 2 gegevensonderschept door, en opgeslagen op, de door [medeverdachte 1] vervaardigde microcontroller.
track 2 gegevensin combinatie met pincodes worden opgeslagen. De downloadpassen waren zodanig geprogrammeerd dat deze de
track 2 gegevensen pincodes die in een gemanipuleerde e-dentifier waren opgeslagen konden uitlezen en wegschrijven naar c.q. opslaan in het geheugen van de downloadpas.
track 2 gegevensen pincode van hun betaalpassen afgevangen en opgeslagen in de gemanipuleerde e-dentifier. Daarna hebben medeverdachten de opgeslagen gegevens volgens een door [medeverdachte 1] ontworpen werkwijze gekopieerd op de downloadpassen, door nogmaals naar de bankshops te gaan en daar de downloadpassen in te gemanipuleerde e-dentifier te plaatsen.
track 2 gegevensen pincodes voorziene downloadpassen werden door de medeverdachten bij [medeverdachte 1] bezorgd die de gegevens vervolgens heeft ontsleuteld. De aldus verkregen gegevens zijn gebruikt voor de vervaardiging van geprepareerde betaalpassen die [medeverdachte 1] weer ter beschikking heeft gesteld aan een of meer personen, die daarmee in staat waren bij geldautomaten geld op te nemen ten laste van de rekeninghouders bij ABN AMRO Bank als waren zij daartoe bevoegd.
De nu voorgestelde bepaling kan rechtstreeks worden toegepast op het voorhanden hebben of afleveren van een vals geschrift, voor zover dit geschiedt in de wetenschap dat daarvan het strafbaar gestelde gebruik kan worden gemaakt.
in Nederlandfaalt naar mijn mening op de aloude grond ‘’dat men zeer goed door tusschenkomst van een instrument kan handelen op eene andere plaats, dan waar men zich bevindt’’ [14] en onder pleegplaats ook wordt verstaan de plaats waar het gevolg van de handeling zich openbaart. [15] De locus delicti hoeft dus niet tot één plaats beperkt te zijn. In onderhavig geval volgt uit de bewijsvoering dat de valse betaalpassen zijn gebruikt bij pinautomaten in Milaan waarbij geld – dat toebehoorde aan cliënten van ABN AMRO die in bankshops in Nederland bankierden – werd uitbetaald door ABN AMRO, een bank waarvan het een feit van algemene bekendheid is dat deze in Nederland (statutair) is gevestigd. [16] Zo gezegd zijn de valse betaalpassen dus via het instrument van de geldautomaten ter misleiding gebruikt ten overstaan van ABN AMRO in (ook) Nederland. Het gevolg van de handeling openbaarde zich dus (ook) in Nederland. Daarmee heeft het hof geen onjuiste uitleg gegeven aan het bestanddeel ‘gebruikmaken’ voor zover het de pleegplaats Nederland (en Italië) betreft.