Conclusie
1.Het cassatieberoep
lex mitior-beginsel [1] het per 1 januari 2020 in werking getreden art. 6:4:20 Sv Pro onmiddellijk door de rechter diende te worden toegepast, zodat de rechter met ingang van 1 januari 2020 niet langer de mogelijk heeft om vervangende hechtenis te verbinden aan een schadevergoedingsmaatregel en dat in plaats daarvan de rechter het dwangmiddel van gijzeling kan opleggen.
nietis geklaagd dat aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten onrechte vervangende hechtenis is verbonden, de Hoge Raad geen gebruik maakt van zijn ambtshalve bevoegdheid tot vernietiging van de uitspraak indien het cassatieberoep voor het overige met toepassing van art. 80a niet ontvankelijk is.
ook bij het ontbreken van een klachtover de toepassing van vervangende hechtenis bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen, ambtshalve zal casseren, ook al geeft de cassatieklacht in de schriftuur aanleiding voor toepassing van art. 80a RO.
3.Bespreking van de middelen
eerste middelzal ik kort zijn. Dit middel slaagt niet omdat het uitgaat van een te beperkte uitleg van het begrip pleegplaats, nu daaronder ook wordt verstaan de plaats waar het gevolg van de handeling zich openbaart. [5] De voorgestelde klacht is evident kansloos.
tweede middelklaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.