Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
opzettelijk en wederrechtelijk een stof in de lucht brengen, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor en ander te duchten is”, veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van zestig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door dertig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.
inleidingeerst het volgende. De verdachte was eigenaar van een afhaalrestaurant in Den Haag. Om thans niet ter zake doende redenen werd bij zijn restaurant de stroomvoorziening afgesloten. De verdachte heeft vervolgens voor zijn restaurant een aggregaat gehuurd. Een aggregaat wekt door middel van een verbrandingsmotor elektriciteit op. Bij de verbranding van fossiele brandstof komt onder meer koolmonoxide (CO) [1] vrij, een stof die in bepaalde concentraties toxisch is. Het gehuurde aggregaat is geplaatst in de ontvangstruimte van het restaurant en enige tijd in werking geweest. De verdachte heeft er niet op toegezien dat de ontvangstruimte (het trappenhuis) voldoende werd geventileerd. De gewaarschuwde inspecteurs van de gemeente en de brandweer hebben op diverse locaties in het gebouw waarin het restaurant was gevestigd relatief hoge concentraties koolmonoxide gemeten, te weten in het trappenhuis, in het restaurant zelf en in bovengelegen woningen. De kern van het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt – zoals
ikhet begrijp – is niet zozeer dat koolmonoxide in het milieu is terechtgekomen. Daarin onderscheidt de verdachte zich immers niet van hen die deelnemen aan het verkeer in een voertuig met een verbrandingsmotor. [2] Waar het om gaat is dat het aggregaat
inpandigwas gepositioneerd en in werking gesteld, en dit zonder goede ventilatie. Als gevolg daarvan werden verscheidene personen blootgesteld aan een relatief grote hoeveelheid uitlaatgassen en (dus) aan hogere concentraties koolmonoxide. Ter discussie staat allereerst of deze “
onhandige actie” [3] van de verdachte wordt bestreken door de delictsomschrijving van artikel 173a Sr.
. In het centrale trappenhuis werd door de brandweer een C02 waarde van 270 PPM gemeten. Ik hoorde van de aanwezige brandweercommandant, genaamd [betrokkene 1] , dat je met deze waarden binnen 15 à 25 minuten sterft. Een Poolse bewoonster had hoofdpijn en was duizelig. In haar woning werd door de brandweer een CO2 waarde van 26 PPM gemeten.
eerste middelklaagt (1) dat het hof het verweer dat onder ‘lucht’ als bedoeld in de artikelen 173a en 173b Sr uitsluitend ‘buitenlucht’ dient te worden verstaan, op ontoereikende gronden heeft verworpen, en (2) dat het (bewezenverklaarde) gevaar voor de
openbaregezondheid niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
openbaregezondheid’ is opgenomen. Onder verwijzing naar de delictsomschrijvingen van artikelen 41 Sr, 239 lid 1 en 2 Sr en 426 Sr betoogt hij dat het begrip ‘openbaar’ verwijst naar een situatie buiten de deur, dat wil zeggen: in het publieke domein.
verruimingvan het bereik van een wettelijke term door een interpretatie daarvan die afwijkt van gangbaar Nederlands op gespannen voet kan staan met het legaliteitsbeginsel van artikel 16 van Pro de Grondwet, artikel 7 EVRM Pro en artikel 1 Sr Pro.
het in hoofdzaak uit zuurstof en stikstof bestaande gasmengsel dat de aarde tot op zekere hoogte overal omgeeft en voor het organische leven onmisbaar is”. [5] Naar het mij voorkomt brengt deze beschrijving tot uitdrukking dat hierbij moet worden gedacht aan de onderste lagen van de aardatmosfeer. De lucht die zich
ineen gebouw bevindt is daarvan echter niet geïsoleerd. Inpandige lucht is dus onderdeel van het “
gasmengsel dat de aarde tot op zekere hoogte overal omgeeft”. De vraag die het middel daarmee oproept is of aan het begrip ‘lucht’ in de artikelen 173a en 173b Sr op grond van duidelijke aanwijzingen die zijn ontleend aan de wetsgeschiedenis, aan de wetssystematiek of aan de functie die de regeling binnen de samenleving vervult een andere, meer beperkte betekenis moet worden toegekend dan de betekenis die het woordenboek daaraan geeft.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
buitenlucht. Verontreiniging van inpandige lucht (‘binnenlucht’) wordt in de context van deze bepalingen dus niet beschouwd als luchtverontreiniging.
meerdaadsesamenloop, aangezien artikel 173a Sr de menselijke gezondheid en het leven beschermt, terwijl de bijzondere wetten primair milieuverontreiniging strafbaar stellen en daarnaast, in tegenstelling tot artikel 173a Sr, economische delicten betreffen. [13] De bepalingen van artikel 173a en 173b Sr laten zich ten opzichte van die bijzondere wetten niet als
leges specialeskenschetsen. [14]
tweede middelklaagt over de bewezenverklaring, voor zover inhoudend dat levensgevaar te duchten was in het restaurant, het trappenhuis en/of de betrokken woningen.
kanopleveren. De in de woningen gemeten waarden – blijkens het inspectierapport van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling tot 64 ppm [19] – liggen reeds ver boven de advieswaarden die door verscheidene gezondheidsorganisaties worden gehanteerd. [20]
duchtenis geweest. Het behoeft geen betoog dat er een vrij grote kans was dat bewoners of restaurantbezoekers zich zouden ophouden in het trappenhuis (met ontvangsthal) en op die manier blootgesteld konden worden aan de genoemde concentraties van deze stof.