Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
11 februari 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die in zijn restaurant een noodaggregaat liet plaatsen en in werking stelde, waardoor koolmonoxide vrijkwam en zich verspreidde in het restaurant, trappenhuis en bovenliggende woningen. Het Hof Den Haag veroordeelde de verdachte wegens opzettelijke milieuverontreiniging op grond van art. 173a Sr, waarbij het begrip 'lucht' werd uitgelegd als zowel binnen- als buitenlucht.
De verdediging voerde aan dat 'lucht' in art. 173a Sr uitsluitend buitenlucht betekent, zoals ook blijkt uit sectorale milieuwetgeving en jurisprudentie. De Hoge Raad bevestigde dit standpunt, stellende dat het Hof ten onrechte aansluiting zocht bij een bredere definitie van 'lucht' en dat de wetsgeschiedenis en het systeem van de wet duidelijk maken dat alleen buitenlucht onder dit begrip valt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling in hoger beroep. De zaak betreft de interpretatie van het begrip 'lucht' in de strafrechtelijke milieubepalingen en de toepassing daarvan op de feitelijke situatie van binnenluchtverontreiniging.
De uitspraak benadrukt het belang van een nauwkeurige wettelijke interpretatie en de grenzen van strafrechtelijke aansprakelijkheid bij milieuverontreiniging, waarbij de bescherming van de volksgezondheid tegen verontreiniging van de buitenlucht centraal staat.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met de juiste uitleg van 'lucht' als buitenlucht.