Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Aansluiting op bachelor Bedrijfskunde
4.Tot slot
3.Het geding in cassatie
BNB 2016/82 [6] in welk arrest de Hoge Raad heeft geoordeeld dat voor toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs die is voorzien in artikel 14 lid 1 sub a Wva Pro niet is vereist dat een werknemer een volledige opleiding volgt. De Staatssecretaris wijst erop dat de onderhavige procedure niet ziet op artikel 14 lid 1 sub a Wva Pro maar op artikel 14 lid 1 sub d Wva Pro, welk subonderdelen wezenlijk verschillen.
4.Wet en wetsgeschiedenis
Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekering (Wva)
artikel 14worden de volgende wijzigingen aangebracht:
5.Jurisprudentie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
BNB2016/82 heeft de Hoge Raad ten aanzien van de toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs die tot 1 januari 2014 was voorzien in artikel 14 lid 1 sub a Wva Pro (thans vervallen), geoordeeld dat niet was vereist dat een volledige beroepsopleiding werd gevolgd: [22]
BNB2017/210 (nogmaals) expliciet overwogen dat aan de Inspecteur met betrekking tot de vraag of onderwijs is gevolgd de mogelijkheid toekomt om tegenbewijs te leveren: [24]
Bovendien is niet gebleken dat de in de onderwijsarbeidsovereenkomst genoemde opleiding, een tweejarige funderende MHBO-opleiding Bedrijfskader, in het CROHO-register is vermeld.Anders dan in het feitencomplex van de uitspraak van Hof Arnhem Leeuwarden van 16 december 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:9822) is in het onderhavige geval niet aannemelijk geworden dat sprake was het volgen van (onderdelen van) een opleiding die voldeed aan de wettelijke vereisten voor afdrachtvermindering. Er is daarom geen aanleiding voor een heropening in verband met het ingestelde cassatieberoep in deze procedure en het op 15 januari 2016 verschenen arrest van de Hoge Raad over de materie (ECLI:NL:HR:2016:38).
Woordenboek
initieel onderwijs