Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf in Frankrijk door het aangaan van een schijnhuwelijk met een illegaal verblijvende man. De bewezenverklaring berustte op uitgebreid bewijsmateriaal, waaronder verklaringen, telefoontaps, documenten en getuigenverklaringen.
De verdachte had meerdere keren gereisd naar Parijs, verbleef in hotels betaald door de man, en ging een huwelijk aan waarbij valse documenten werden gebruikt. Het hof achtte bewezen dat zij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf van de man wederrechtelijk was en dat haar handelen was ingegeven door winstbejag, gezien de luxe goederen en betalingen die zij ontving.
De verdediging voerde aan dat er geen oogmerk van winstbejag was en dat sprake was van een echt huwelijk, maar dit werd verworpen. Ook het verweer dat sprake was van een poging werd niet aanvaard. De Hoge Raad concludeerde dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd was en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de veroordeling tot een taakstraf van 180 uur blijft in stand.