Conclusie
tegenonderzoek.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Subonderdeel b.Iklaagt dat het oordeel onbegrijpelijk is gelet op de door de ouders in eerste aanleg overgelegde aanvullende verklaring van een advocaat. [14] Het hof heeft in rov. 4.8 van de bestreden beschikking dan wel geoordeeld dat deze verklaring van een advocaat, niet zijnde een medicus, onvoldoende is om te komen tot het oordeel dat het thans goed gaat met de minderjarige, maar dit sluit niet uit dat de verklaring wel als aanwijzing kan dienen dat de situatie van de minderjarige inmiddels is gewijzigd, zeker nu de ouders onweersproken hebben gesteld dat de verklaring inhoudelijk door de GI niet is weersproken. [15] In de verklaring van 7 oktober 2016 is op p. 1 onder meer opgenomen: “Alert meisje; goed contact; goed verzorgd uiterlijk; helder en alert; is vrolijk aanwezig; goede interactie tussen ouders en kind; vrolijk; maakt geen zieke indruk”. Op. p. 2 is onder meer opgenomen: Vrolijk meisje; ontwikkelt zich goed; praat vlot; wordt tweetalig opgevoed (Nederlands en Engels); sociaal meisje; alert meisje; kletst volop; goed contact; goede voedingstoestand; groei en ontwikkeling lijken goed”. Voorts is op p. 2 aan het slot naar aanleiding van een controle van 8 juli 2016 nog opgenomen: “goede groei; obstipatie redelijk goed onder controle”. Het hof had deze verklaring, die zag op recente verslagen uit het medisch dossier ‘over de afgelopen maanden’ dan ook in zijn oordeel dienen te betrekken.
desgevraagdof
kunnendeze inlichtingen uit eigen beweging aan de gecertificeerde instelling verstrekken, zonder toestemming van de betrokkenen en indien nodig met doorbreking van de plicht tot geheimhouding op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van hun ambt of beroep.” [18]
op verzoekbepaalde gegevens te verstrekken, dan wel de
bevoegdheidheeft dit op eigen initiatief te doen. Dat het hof in het uitblijven van informatieverstrekking vanuit het Radboud ziekenhuis geen aanwijzing heeft gezien van het tegendeel dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, is niet onbegrijpelijk.
tegenonderzoek dient te gaan, worden aangenomen dat ook wanneer de Raad voor de kinderbescherming geen rapport heeft uitgebracht een ouder een verzoek om benoeming van een deskundige kan doen. [34] Chin-A-Fat vermeldt dat er op is gewezen dat ook uit het tweede lid van art 810a Rv nergens blijkt dat een verzoek als bedoeld slechts kan worden gedaan als er een rapport van de raad of enig ander rapport (bijvoorbeeld van een gezinsvoogd) aan de (voorgenomen) beslissing ten grondslag ligt. [35]
Kamerstukken II 1993/94, 22487, 15en 18;
Handelingen II1993/94, p. 4135-4161).