ECLI:NL:PHR:2018:251
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verdeling nalatenschap vereist oproeping alle mede-erfgenamen in cassatie
Deze zaak betreft de verdeling van de nalatenschappen van de ouders van partijen, waarbij meerdere broers en zussen mede-erfgenamen zijn. De procedure startte met een dagvaarding door een van de erfgenamen, waarna de rechtbank een deskundige benoemde en de wijze van verdeling vaststelde. In hoger beroep werd de eiser niet-ontvankelijk verklaard voor zover het beroep was gericht tegen enkele mede-erfgenamen die niet in het geding waren betrokken.
De Hoge Raad overweegt dat een vordering tot boedelbeschrijving en verdeling van een nalatenschap een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft, waarbij een beslissing slechts kan worden gegeven als alle betrokken partijen in het geding zijn. Dit geldt zowel in eerste aanleg als in hoger beroep en cassatie. Indien niet alle mede-erfgenamen zijn opgeroepen, moet de rechter gelegenheid bieden om hen alsnog als partij te betrekken.
In deze zaak heeft de eiser in cassatie het beroep tegen enkele mede-erfgenamen ingetrokken, maar de Hoge Raad oordeelt dat deze intrekking niet geoorloofd is zonder dat deze mede-erfgenamen zijn opgeroepen en in de gelegenheid zijn gesteld verweer te voeren. Daarom beveelt de Hoge Raad aan dat de eiser deze mede-erfgenamen alsnog oproept, zodat zij kunnen deelnemen aan de procedure.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt dat alle mede-erfgenamen alsnog worden opgeroepen om verweer te voeren, omdat zij onterecht niet in cassatie waren betrokken.