Conclusie
middel
De verklaring van [betrokkene 1] is betrouwbaar en geloofwaardig
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 2013 en 2014. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was, ondanks dat het hof de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar achtte.
Het hof vond dat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende werd ondersteund door ander bewijs, zoals getuigenverklaringen over de context, en dat op grond van art. 342 lid 2 Sv Pro het bewijs niet uitsluitend op één getuige mag berusten. De verdachte werd daarom vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende steunbewijs.
De advocaat-generaal betoogde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te eisen dat de steun in het bewijs zich moest richten op de kern van de ontuchtige handelingen zelf. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de lat te hoog legde en dat steunbewijs ook kan bestaan uit bevestiging van de context van de verklaring, mits het uit een andere bron komt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste toepassing van het bewijsminimum in zedenzaken waarbij het vaak gaat om het woord van het slachtoffer tegen dat van de verdachte.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste toepassing bewijsminimum en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.