Conclusie
middelbevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten om op de voet van art. 23, eerste lid, Sv aan het openbaar ministerie te bevelen om nadere informatie te verstrekken met betrekking tot de door de rechtbank zelf aangenomen inbeslagneming van een geldbedrag van € 1800,-, althans dat de rechtbank bij de beoordeling van de gegrondheid van het beklag een onjuiste maatstaf heeft toegepast of haar oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd.
welnog vorderde. [5] Bovendien is het oordeel van de rechtbank over de gegrondheid van het beklag ontoereikend gemotiveerd, nu de rechtbank geen invulling heeft gegeven aan haar in art. 23, eerste lid, Sv besloten liggende onderzoekstaak en zij haar beslissing op het beklag daarom niet op basis van adequate informatie heeft genomen.