Conclusie
middel
hij op 28 september 2013 te Leeuwarden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, tezamen en in vereniging met anderen,
- [slachtoffer] met een hamer op het hoofd heeft geslagen en
- [slachtoffer] met een mes in de handen en het been heeft gestoken en mede tengevolge, waarvan die die [slachtoffer] buiten bewustzijn is geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 28 september 2013 te Leeuwarden tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] in een woning gelegen aan [a-straat 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, met dat opzet
- de handen van [slachtoffer] met een elektriciteitskabel op de rug vastgebonden en
- [slachtoffer] in die woning gedurende enige tijd zwaar mishandeld (onder meer door deze met een hamer op het hoofd en/of een of meerdere andere delen van het lichaam te slaan en
- [slachtoffer] met een mes bedreigd en gestoken en
- [slachtoffer] toen deze die woning wilde verlaten terug de woning ingeduwd en
- [slachtoffer] zodanig mishandelend dat hij enige tijd buiten bewustzijn is geweest en
zodoende [slachtoffer] enige tijd belet om die woning, gelegen aan [a-straat 1], te verlaten.”
De letsels zijn recent ontstaan en passen bij het opgegeven tijdsinterval. Of er blijvend letsel zal zijn, is nog onduidelijk. Het letsel past bij de opgegeven toedracht van het slachtoffer, voor zover hierboven geschetst.
Aangever, die onder invloed van alcohol verkeert, komt op de late avond van vrijdag 27 september 2013 verdachte tegen in het centrum van Leeuwarden. Verdachte is een bekende van aangever. Eerder hebben zij een conflict gehad dat ging om een fiets. Aangever gaat in op een uitnodiging van verdachte om nog een biertje te komen drinken bij vrienden van verdachte. Aldaar aangekomen, bevinden zich in de kamer - naast verdachte en aangever- de beide medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Het betreft een woning, gelegen [a-straat 2] te Leeuwarden, die bestemd is voor kamerbewoning. [medeverdachte 2] bewoont één van de kamers. Al snel na binnenkomst is er sprake van een eerste handgemeen. Naar aanleiding van door verdachte in de richting van de aangever gemaakte toespelingen over de vermeende homoseksualiteit van [medeverdachte 1], krijgt laatstgenoemde een aantal trappen van de hierop agressief reagerende aangever.Door verdachte worden de gemoederen gesust. Nadat de rust is weergekeerd ziet [medeverdachte 1] dat er door verdachte iets - hij denkt een wit poeder - in het bier van aangever wordt gestopt. Iets waar ‘hij gewoon van zou gaan slapen, waar hij rustig van zou worden’, aldus [medeverdachte 1] (proces-verbaal ‘Bevindingen uitwerken verhoor verdachte van het verhoor d.d. 13 november 2013 van verdachte [medeverdachte 1], pag. 18). [medeverdachte 1] verlaat kort hierop de woning. Aangever valt daadwerkelijk in een diepe slaap want volgens [medeverdachte 2] is aangever niet meer wakker te krijgen. Verdachte heeft zich dan inmiddels al meester gemaakt van de huissleutels van de woning van aangever. Ook verdachte verlaat de woning en gaat naar huis, alwaar hij na enige tijd [medeverdachte 1] treft. [medeverdachte 1] had namelijk de huissleutels van de woning van verdachte in zijn bezit. Samen met [medeverdachte 1] gaat verdachte op zoek naar de woning van aangever om uit diens woning goederen te stelen. Maar men kan de woning van aangever niet vinden. Verdachte roept dan de hulp in van [medeverdachte 2]. Deze weet namelijk wel precies waar aangever woont. [medeverdachte 1] keert vervolgens terug naar de woning van [medeverdachte 2]. Naast [medeverdachte 2] en aangever, treft [medeverdachte 1] bij terugkeer in de kamer medeverdachte [medeverdachte 3]. Laatstgenoemde was op bezoek bij een medekamerbewoonster van [medeverdachte 2]. [medeverdachte 3] is door [medeverdachte 2] gevraagd om in zijn kamer een oogje in het zeil te houden. Of zoals [medeverdachte 1] het zegt: ‘Toen ik in de woning was vertelde [medeverdachte 2] (het hof begrijpt. [medeverdachte 2]) mij dat de andere buitenlandse man (het hof begrijpt: [medeverdachte 3]) er door hem bij was geroepen om [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer], aangever) vast te houden in de woning (proces-verbaal ‘Bevindingen uitwerken verhoor verdachte’ van het verhoor d.d. 20 november 2013 van verdachte [medeverdachte 1], pag. 5). [medeverdachte 3] zelf zegt dat hij is gevraagd om te helpen omdat de man niet rustig te houden was en dat hij slechts geholpen heeft hem rustig te houden (pag. 268 van het strafdossier). [medeverdachte 2] verlaat vervolgens zijn woning om naar verdachte te gaan. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] blijven in zijn kamer achter met de op dat moment slapende aangever.
Medeplegen vereist bewijs van een nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling van deze deelnemingsvorm kan de rechter – meer in het algemeen gesproken – rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient overigens opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak vóór het strafbare feit is geleverd. Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere, situaties bestaat de verplichting voor de rechter om in de bewijsvoering aandacht te besteden aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Dat geldt in nog sterkere mate indien het hoofdzakelijk gaat om gedragingen die na het strafbare feit zijn verricht. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.
.Ook uit de omstandigheid dat verdachte na de inbraak terug is gegaan naar de woning van [medeverdachte 2] leidt het hof af dat verdachte de regie over het geheel heeft gehad en wilde houden. Het na afloop uit een container halen van het mes, waarvan [medeverdachte 1] zich heeft ontdaan, alsmede het schoonmaken van dit mes door verdachte past in deze regievoering.
In zijn oordeel dat verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van het tijdens de vrijheidsberoving gepleegde geweld heeft het hof voornoemde feiten en omstandigheden tot uitgangspunt genomen. Voorts heeft het hof van belang geacht dat verdachte er van op de hoogte was dat [medeverdachte 1] uit het huis van verdachte een hamer en een mes heeft meegenomen naar de woning waar het gedrogeerde slachtoffer zich bevond. Daaromtrent heeft het hof in zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat verdachte aldus de “welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de hamer en het mes door de medeverdachten ter hand zouden worden genomen teneinde aangever in bedwang te houden tijdens diens vrijheidsbeneming, tengevolge waarvan [slachtoffer] dodelijk letsel zou bekomen.” Dit oordeel is in het licht van het geheel van de door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden niet onbegrijpelijk. [5] Uit de bewijsmotivering volgt dat het hof zijn oordeel omtrent het medeplegen heeft gebaseerd op feiten en omstandigheden waaruit voortvloeit dat de verdachte een substantiële bijdrage aan de bewezenverklaarde misdrijven heeft geleverd. [6]