Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
tweede middelklaagt dat het hof de strafoplegging ontoereikend heeft gemotiveerd, aangezien niet kan worden gezegd dat het hof zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen en daarvan in de motivering van zijn beslissing blijk heeft gegeven. Daaraan is onder meer ten grondslag gelegd dat de verdachte zich ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep in vreemdelingenbewaring bevond, zodat niet kan worden gezegd dat de terugkeerprocedure volledig is doorlopen.
derde middelklaagt dat het hof de verdachte ten onrechte tot een straf heeft veroordeeld nu de (bij beschikking van 26 januari 2005 opgelegde) ongewenstverklaring van de verdachte ten tijde van zijn verblijf in Nederland op 5 mei 2015 (de dag van de bewezenverklaring) geen rechtskracht meer had.