“1. De verklaring van de verdachte, afgelegd afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juli 2016. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik heb op hem geschoten. De ML stond op een kleine 10 meter afstand van de Audi.
2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110117 1547 2584 van 19 januari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (dossiermap Z-01, deel 2, doorgenummerde pagina’s 287-295).
Dit proces-verbaal bevat, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van de verbalisant:
Op 17 januari 2011 heb ik uit handen van de groepschef van de Gemeenschappelijke Meldkamer een cd-rom ontvangen. Deze cd-rom bevat de 112-melding van het geweldsincident op 24 december 2010 die bij de meldkamer werd gedaan. De melding is hieronder zoveel mogelijk woordelijk uitgewerkt.
Geluidsopname 20101224-221331-98335-02-00Vrouw: Meldkamer Ambulancedienst, goedenavond met [betrokkene 1].Man (het hof begrijpt hier en verder: [slachtoffer]): Alstublieft, kunt u mij een ambulance sturen? Ik, ik bloed dood, ik ben een paar keer geschoten.(...)Vrouw: U bent geschoten?Man: Ja. ik heb nu bij een restaurant ingebroken en ik bel er nu vandaan en ik voel alles weggaan. Alstublieft, stuur een ambulance.(…)Vrouw: En waar bent u geschoten?Man: Vlakbij hiero en ik was in de fik gestoken.(...)Man: in ieder geval [verdachte] heeft mij geschoten als u dat wilt vertellen als ik dood ben.(...)Vrouw: We gaan eerst de politie naar u sturen meneer.Man: Ambulance alstublieft. Ik ga dood. Ik ben drie keer geschoten. Alstublieft.(…)Man: (...) Ik voel alles prikken.Vrouw: Prikken?Man: In me me mijn zij, in mijn benen, en ik ben verbrand. Alstublieft.Vrouw: Verband? hoe komt u dan verbrand?Man: Ze hebben me in de auto in de fik gestoken en ik vloog deruit. (kreunend)(...)Vrouw: en waar bent u precies verbrand?Man: (jammerend) Overal, ik voel niks mevrouw, dat moet u begrijpen. Ik val nu bijna neer.(...)
3. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2010146998-1 van 25 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (dossiermap Z-01, deel 1, doorgenummerde pagina’s 65-70).
Dit proces-verbaal bevat, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de aangever [slachtoffer]:
Ik was bij mijn moeder toen ik omstreeks 20.30 uur (het hof begrijpt: op 24 december 2010) door [verdachte] werd gebeld. Ik haalde [verdachte] op bij zijn moeder. Eenmaal gestopt bij Sloterdijk stonden er twee jongens. Ze waren met een ML. Opeens kwam die [verdachte]. Die sloeg mij toen met en wapen. Hij zei: “dit is geen grap, haal al die telefoons eruit, telefoons allemaal eruit ”. Hij sloeg mij keihard met het ding op mijn hoofd. Toen moest ik instappen. Een persoon ging in mijn Audi rijden. [verdachte] stapte naast mij in en [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2]) ging achter het stuur zitten. Op een gegeven moment stonden we op een wegkant. De Audi stond precies naast de ML. Ik stapte uit, ik stapte in die Audi. Ik zat nu achterin de Audi. We gingen rijden. Op een gegeven moment was de tank op 0. Ze gingen eerst met elkaar praten (het hof begrijpt: te Castricum). Ze stonden alle drie naast de Audi en ik zat op de achterbank. Toen kwam het eerste schot. Toen het tweede schot kwam draaide ik mijn gezicht om. In elk geval was [verdachte] de laatste die schoot. Ik deed net alsof ik dood was. Alle kogels die mij raakten kwamen terecht in mijn rechterheup. [verdachte] en [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2]) hebben alle twee op mij geschoten. Ik hoorde [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2]) zeggen: “in zijn gezicht ”. Toen kwam [verdachte]. Ik denk dat hij twee keer schoot. Toen kwam die Turk (het hof begrijpt: [betrokkene 3]). Die Turk gooide benzine over mij heen, in de auto, over de auto. Hij maakte een lijn naar achteren. De brand ging zo snel. Ik had gelukkig de deur al geopend zodat de lucht erdoor kon. Ik wilde er nog niet uit gaan want anders zouden ze zien dat ik nog niet dood was. Ik bleef expres een paar seconden in de Audi wachten. Het duurde even totdat ik de lichten niet meer zag. Mijn jas stond in de fik en ik wilde niet dat zij mij zagen. Ik ging uit de auto en rolde door de sneeuw tot het vuur uit was. Ik deed snel mijn jas uit. Die bleef maar branden.
4. Een proces-verbaal van verhoor van aangever met nummer 2010123013:001758 van 30 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] (dossiermap Z-01, deel 1, doorgenummerde pagina’s 74-106).
Dit proces-verbaal bevat, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de aangever [slachtoffer]:
Ik moest in de ML stappen. Toen kwam die jerrycan in zicht. In ieder geval hij goot die jerrycan over me heen, die Turkse jongen (het hof begrijpt: [betrokkene 3]).
5.Een proces-verbaal van onderzoek plaats delict met nummer 241210 2300 2024 van 18 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (Dossiermap Z-01, deel 5, doorgenummerde pagina’s 754-760).
Dit proces-verbaal bevat, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van de verbalisant:
Op 24 december 2010, vanaf circa 23.45 uur, heb ik desverzocht een onderzoek ingesteld op en rond een parkeervak langs de Zeeweg te Castricum. Terzake werd mij medegedeeld dat bij de 112- alarmcentrale melding zou zijn gedaan door een persoon die vertelde slachtoffer te zijn van een schietincident en daarbij ook in brand zou zijn gestoken. Hij zou zich ten tijde van de melding hebben bevonden in een strandpaviljoen nabij de plaats waar de brandende personenauto is aangetroffen. De melder werd inderdaad gewond aangetroffen in een nabijgelegen strandpaviljoen.In een parkeerhaven aan de Zeeweg stond een vrijwel geheel uitgebrande personenauto (het hof begrijpt: van het merk Audi). Bij nader onderzoek rond de uitgebrande auto werden ter hoogte van het rechterachterwiel tussen de brandresten drie patroonhulzen aangetroffen. Ter hoogte van het voertuig, direct naast het fietspad, lag een kennelijk verbrand voorwerp. Bij nader onderzoek bleek dit een vrijwel geheel verbrande jas te zijn.Op 25 december 2010 werd bij daglicht een nader onderzoek ingesteld rond de parkeerstrook. Bij nader onderzoek in de brandresten werd een vierde patroonhuls aangetroffen. De vindplaats van deze huls was ook ongeveer ter hoogte van de plaats waar het rechterachterwiel van de uitgebrande auto zich had bevonden.Op 30 december 2010 werd een nader onderzoek ingesteld in het autowrak. Hierbij werden rechts achterin twee kogelmantels aangetroffen.
6. Een proces-verbaal onderzoek slachtoffer met nummer 2010146998-6 van 27 december 2010 met fotobijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (Dossiermap Z-01, deel 5, doorgenummerde pagina’s 789-792).
Dit proces-verbaal bevat, voor zovér van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van de verbalisant:
Ik bezocht in de nacht van 24 december op 25 december 2010 de aangever [slachtoffer] in Brandwondencentrum te Beverwijk. Bij die gelegenheid werd door mij waargenomen dat het slachtoffer brandwonden in het gezicht, aan de handen en aan het onderlichaam had. Op de torso, ter hoogte van de rechterflank en rechterheup waren vier huidperforaties zichtbaar. Ik heb digitale opnamen gemaakt van het letsel. Ik heb een selectie van twaalf foto ’s opgenomen in een fotomap en deze als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.Op foto nummer 6 is zichtbaar dat [slachtoffer] brandverwondingen heeft aan de achterzijde van zijn bovenbenen.”