ECLI:NL:PHR:2017:1261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel vonnis over witwassen en schadevergoeding bij woninginbraak
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van gekwalificeerde diefstal uit een woning, witwassen van een geldbedrag van € 2.350,- en medeplegen van poging tot diefstal uit woningen. Het hof legde tien maanden gevangenisstraf op en kende schadevergoedingen toe aan de benadeelden.
In cassatie werd onder meer het oordeel over het witwassen van het geldbedrag aangevochten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aangetroffen geld niet uit eigen misdrijf afkomstig zou zijn, terwijl vaststaat dat de verdachte een deel van de buit van de inbraak onder zich had. Dit middel slaagde.
Daarnaast vernietigde de Hoge Raad de beslissingen over de wettelijke rente bij de schadevorderingen van de benadeelden, omdat deze niet op de juiste wijze waren gevorderd. Ook de motivering van de toegewezen schadevergoeding aan een van de benadeelden werd deels vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de verbanden met de bewezenverklaarde feiten.
De Hoge Raad constateerde tevens dat het hof de maximale duur van vervangende hechtenis bij samenloop van straffen had miskend. Verder werd de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie vastgesteld, wat tot strafvermindering moet leiden.
De zaak werd vernietigd voor zover het betreft het witwassen, de strafoplegging en de schadevergoedingsmaatregelen, en verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest voor witwassen, strafoplegging en schadevergoedingen en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.