ECLI:NL:HR:2011:BP3963
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering schadevergoeding benadeelde partij in strafzaak
In deze strafzaak stond de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding centraal. De benadeelde partij had een schadebedrag van €78.204,- opgegeven, terwijl een eerder proces-verbaal van de politie een bedrag van €64.886,19 vermeldde. Het hof heeft de vordering beoordeeld en vastgesteld dat de materiële schade €62.742,- bedraagt, rekening houdend met teruggevonden goederen die aan de benadeelde partij zijn teruggegeven.
De verdachte betwistte de vordering, omdat een deel van de gestolen goederen was teruggevonden en teruggegeven. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor het deel van de vordering van de benadeelde partij. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht is uitgegaan van de door de benadeelde partij in het voegingsformulier opgegeven gegevens en dat dit oordeel niet onbegrijpelijk is.
Het cassatieberoep faalt, en de Hoge Raad verwerpt het beroep. Hiermee blijft de schadevergoeding van €62.742,- aan de benadeelde partij in stand. De verdachte wordt veroordeeld in de kosten die verband houden met de vordering tot aan deze uitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt een schadevergoeding van €62.742,- aan de benadeelde partij.