Conclusie
middel
als de op 10 november 2014 afgelegde verklaring van [slachtoffer]:
Ik vroeg in het algemeen of een zak met asbest-afval kon worden weggehaald. Ik hoorde dat [verdachte] begon te schelden. Ik heb hem gevraagd of hij niet op mij wilde schelden. Kort daarop begon hij mij lichtjes te duwen en mij aan te raken. Ik draaide mij om om verder te gaan met stofzuigen. Op dat moment hoorde ik een soort gesleep over de grond. Ik draaide mij om en zag een hamer op mij afkomen. Ik zag dat [verdachte] een grote klauwhamer in zijn rechterhand had gepakt en boven zijn hoofd had. Ik zag dat [verdachte] daarna een zwaai maakte met zijn arm en de hamer met de ronde brede kant boven op mijn hoofd sloeg. Ik voelde een keiharde klap boven in het midden op mijn hoofd. Het deed natuurlijk goed zeer. [betrokkene 2] kwam snel binnengelopen. Hij zag nog net dat [verdachte] de tweede klap links op mijn voorhoofd sloeg met dezelfde hamer. Ik had mijn asbestmasker op en ik zag dat mijn masker en werkkleding helemaal onder het bloed zaten.
als de op 17 november 2014 afgelegde verklaring van [betrokkene 2]:
als de op 25 november 2014 afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
Is sprake van uitwendig bloedverlies? Ja, gering.
B. Is er vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel? Ja.
D. Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 7/11/2014.
als de op 24 november 2014 afgelegde verklaring van [verdachte]:
Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat zijn cliënt niet willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever door de zwaai met de hamer letsel op zou lopen waaraan hij zou kunnen overlijden.