Conclusie
2.Kwalificatie rolbeschikking en ontvankelijkheid van cassatieberoep
3.Art. 80 RO Pro en ontvankelijkheid cassatieberoep
equality of arms). [17]
4.Bespreking van de cassatiemiddelen
eerste middelis gericht tegen de afwijzing door de kantonrechter van het pleidooiverzoek van [eiseres] in de rolbeslissing van 23 juni 2016. Geklaagd wordt in
onderdeel I.1dat de kantonrechter heeft miskend dat partijen in beginsel het recht hebben om hun standpunten bij pleidooi toe te lichten, dat een verzoek om de zaak te mogen bepleiten slechts in uitzonderlijke gevallen afgewezen mag worden, en dat daartoe noodzakelijk is dat van de zijde van de wederpartij tegen toewijzing van het verzoek klemmende redenen worden aangevoerd of dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde, maar ook dat indien de partij die verzoekt de zaak te mogen bepleiten haar standpunt mondeling nog niet ten overstaan van de rechter uiteen heeft gezet, het pleidooiverzoek in beginsel zonder meer toegewezen moet worden. Zowel in het geval de kantonrechter zou hebben geoordeeld dat [verweerder] klemmende redenen heeft aangevoerd als in het geval geoordeeld is dat toewijzing van het pleidooiverzoek strijdig is met de eisen van een goede procesorde, is dat oordeel volgens het onderdeel niet toereikend gemotiveerd.
tweede middelstelt dat niet uitgesloten kan worden dat indien [eiseres] haar zaak wel had mogen bepleiten, het dictum van het vonnis voor haar gunstiger was geweest, zowel wat betreft de vordering in conventie als de vordering in reconventie. Dit betekent dat ook het vonnis niet in stand kan blijven.
Boumans/Bistro ’t Plenkske [20] heeft de Hoge Raad het recht op pleidooi erkend. Geoordeeld is dat mede aan art. 6 EVRM Pro ontleende, fundamentele beginselen van procesrecht meebrengen dat een procespartij, indien zij zulks verzoekt, de gelegenheid behoort te hebben haar standpunt mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten. Verder overwoog de Hoge Raad dat ingeval de wederpartij bezwaar maakt, het verzoek slechts zal kunnen worden afgewezen als daartoe door die wederpartij klemmende redenen worden aangevoerd, bijvoorbeeld dat de procedure door het pleidooi op onaanvaardbare wijze zou worden vertraagd. De rechter kan het verzoek om pleidooi ook ambtshalve afwijzen, maar alleen op de grond dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde. In elk van beide hiervoor bedoelde gevallen zal de rechter de redenen voor zijn afwijzing van het verzoek uitdrukkelijk moeten vermelden en zijn beslissing daaromtrent deugdelijk moeten motiveren, aldus de Hoge Raad.
oral hearing,zodat het niet noodzakelijk was nog recht op pleidooi te bieden. [21]
zonder meermoet worden toegewezen. De motivering van een afwijzing van het verzoek dient daarbij aan nog hogere eisen te voldoen dan zonder deze bijzondere omstandigheid het geval zou zijn. [23]
een pleidooi … in deze zaak niet gerechtvaardigd is’.
zich daar niet toe leent’ (zoals vermeld is in de rolbeslissing van 23 juni 2016), is mij niet duidelijk. Het voordeel van een comparitie na antwoord is dat partijen in een vroeg stadium van de procedure hun standpunt mondeling kunnen toelichten en daarmee hun recht op een
oral hearingkunnen realiseren, terwijl de rechter bovendien kan onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Als dat laatste niet het geval blijkt te zijn, kan de rechter doorgaans spoedig na de comparitie uitspraak doen, in het algemeen ook zonder dat nog conclusies van re- en dupliek nodig zijn. De zaak had dan voorspoedig kunnen worden afgehandeld, terwijl ook de complicatie van een verzoek om pleidooi aan het einde van de rit, zich niet had voorgedaan.