Conclusie
- i) [verweerster] niet tekort is geschoten in de nakoming van haar opleververplichtingen omdat, als al kan worden gesproken van vertraging in de oplevering, niet is komen vast te staan dat die vertraging door toedoen van [verweerster] is veroorzaakt;
- ii) Dubbelveste geen beroep kan doen op art. 5.7 van de algemene bepalingen (de verplichting van de huurder tot betaling van huur en vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten over de tijd die met herstel is gemoeid) omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is gezien de discussie van partijen over de einddatum van de huurovereenkomst;
- iii) Dubbelveste geen recht heeft op de gevorderde contractuele boete en contractuele rente omdat niet is gebleken dat [verweerster] zich niet heeft gehouden aan de in de huurovereenkomst en algemene bepalingen opgenomen voorschriften en zij daaromtrent ook niet in gebreke is gesteld;
- iv) ter zake van de herstelwerkzaamheden [verweerster] niet in verzuim is omdat niet duidelijk is geweest wanneer de huurovereenkomst ten einde liep en Dubbelveste aan [verweerster] geen duidelijke termijn voor nakoming heeft gesteld;
- v) het op de weg van Dubbelveste had gelegen puntsgewijs en aan de hand van het inspectierapport van 17 december 2009 aan te geven welke opleverpunten [verweerster] niet is nagekomen maar dat het te ver voert om de vordering op grond hiervan af te wijzen; de kantonrechter heeft Dubbelveste in de gelegenheid gesteld haar vordering ter zake van de gevorderde herstelkosten nader te onderbouwen.
3.Bespreking van de cassatiemiddelen
onderdeel I), tegen de beslissingen van het hof over de gevorderde herstelkosten (rov. 3.5-3.7,
onderdeel II), en tegen het oordeel van het hof over de proceskosten (
onderdeel III).
- a) [verweerster] had op 5 augustus 2009 aan Dubbelveste gevraagd een afspraak te maken voor een oplevering;
- b) [verweerster] heeft dit verzoek op 9 september 2009 herhaald;
- c) Dubbelveste heeft op deze verzoeken afwijzend gereageerd en zich (daartoe) op het standpunt gesteld dat [verweerster] niet gerechtigd was het gehuurde tegen 1 maart 2010 te ontruimen, omdat de overeenkomst in haar visie doorliep tot 1 maart 2015;
- d) Dubbelveste heeft voor het eerst bij brief van 17 november 2009 aangegeven mee te willen werken aan een gezamenlijke voorinspectie, die op 17 december 2009 heeft plaatsgevonden;
- e) na de voorinspectie van 17 december 2009 was de opleverdatum van 1 maart 2010 voor [verweerster] niet althans moeilijk haalbaar (beide partijen hebben tijdens het pleidooi aangegeven dat de opleveringswerkzaamheden twee tot vier maanden zouden duren);
- f) de opleverwerkzaamheden waren voor Dubbelveste niet urgent, want zij bleef ook na de voorinspectie bij haar positie dat de huurovereenkomst doorliep tot 1 maart 2015, hetgeen mede reden voor haar was om [verweerster]’ voorstel tot afkoop van diens opleververplichtingen niet te accepteren (dat zij ook veel te laag vond overigens);
- g) [verweerster] kan van de vertraging met betrekking tot de werkzaamheden aan de trapsparingen ook geen verwijt worden gemaakt, omdat zij niet op tijd heeft geweten dat zij deze werkzaamheden ook moest uitvoeren; Dubbelveste heeft op 18 december 2009 aangegeven dit zelf te willen doen, weer later aangegeven dat dit pas op 28 februari 2015 hoefde te gebeuren en partijen hebben uiteindelijk pas in september 2010 afgesproken dat [verweerster] deze werkzaamheden zou uitvoeren.
subonderdeel I.bmiskent Dubbelveste het onderscheid tussen tekortkoming en toerekening. Zij beklaagt daarin allereerst de passage uit rov. 3.3 dat [verweerster] de medewerking van Dubbelveste nodig had om haar opleveringsverplichting tijdig na te komen, aangezien het hof voor oplevering in dit geval nodig oordeelde dat huurder en verhuurder tijdig samen een inspectierapport zouden opmaken als onjuist of onbegrijpelijk in het licht van rov. 3.2, met name de daarin uiteengezette verplichting van [verweerster] om tijdig voor 1 maart 2010 op te leveren waarvoor geen ingebrekestelling nodig was om in verzuim te raken en waarvoor ook niet nodig was dat [verweerster] een termijn was gesteld, alsook in het licht van de constatering in rov. 3.3 dat sprake is van een tekortkoming door niet voor 1 maart 2010 op te leveren.
hierin dit geval zo’n voorafgaand gezamenlijk inspectierapport nodig is omdat partijen dat blijkens art. 10.5 van de algemene bepalingen zijn overeengekomen. Daar staat dat gewoon in (hiervoor geciteerd in 1.6), zodat dit op de omstandigheden van onze zaak toegespitste oordeel ook goed te volgen is. Dat dat zonder nadere maar ontbrekende motivering niet valt in te zien, zoals de motiveringsklacht van het subonderdeel ten slotte aandraagt, gaat dus niet op.
vertragingin de oplevering, terwijl de
deugdelijkheidvan de oplevering (en de herstelwerkzaamheden van Dubbelveste in dat verband) pas in rov. 3.5 en 3.6 aan de orde komt. De klacht gaat zodoende uit van een verkeerde lezing van het arrest en kan daarom niet tot cassatie leiden.
subonderdeel I.hmist zelfstandige betekenis, behoeft zodoende geen inhoudelijke bespreking en deelt het lot van de overige klachten van onderdeel I.
subonderdelen II.g en II.hklagen over onvoldoende verwerping van grieven 14 en 16 gelet op de toelichting daarop van Dubbelveste, maar deze klachten verzuimen voldoende concreet aan te geven op welke stellingen precies wordt gedoeld, waarom die tot een ander oordeel zouden moeten leiden en waarom hier sprake zou zijn van onvoldoende toereikende toelichting, zodat ook hier niet is voldaan aan de aan een cassatieklacht te stellen eisen.
reformatio in peiusin de weg. [10] De klacht kan echter niet tot cassatie leiden omdat het hof in grief 3 van de zijde van [verweerster] in het voorwaardelijk [11] incidenteel appel wel voldoende aanleiding kon vinden om de proceskostenveroordeling (in eerste aanleg) in volle omvang, dus ook in het nadeel van Dubbelveste te bepalen. De uitkomst waartoe het hof is gekomen is, nu Dubbelveste als de in beide instanties grotendeels in het ongelijk gestelde partij moet worden aangemerkt, niet onjuist of onbegrijpelijk te noemen. Omdat die uitkomst met een verbeterde motivering stand kan houden, mist Dubbelveste naar wil voorkomen belang bij deze klacht [12] .