Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 3 mei 2016 (bij vervroeging)
Dubbelveste B.V.,
Meeùs Facility B.V.,
Het geding
De beoordeling
bij nader inzien alsnog akkoord gaat met het dichtzetten van de sparingen in opdracht van de vertrokken huurder.”
Gerechtshof Den Haag
Deze zaak betreft een geschil tussen verhuurder Dubbelveste B.V. en huurder Meeùs Facility B.V. over de opleveringsverplichtingen van een gehuurde bedrijfsruimte na het einde van de huurovereenkomst. De huurovereenkomst liep van 1 maart 2005 tot 1 maart 2010, met een vermeende verlenging tot 2015, waarover partijen van mening verschilden. Meeùs zegde de huurovereenkomst op per 28 februari 2010, maar Dubbelveste betwistte de rechtsgeldigheid van deze opzegging en stelde dat de overeenkomst doorliep tot 2015.
Na diverse correspondentie en inspecties, waaronder een voorinspectie op 17 december 2009, ontstond discussie over de opleveringswerkzaamheden en de termijn waarbinnen deze moesten worden uitgevoerd. Dubbelveste vorderde herstelkosten en huurpenningen wegens vermeende tekortkomingen in de oplevering. De kantonrechter oordeelde dat Meeùs niet tekort was geschoten omdat de vertraging niet aan haar was toe te rekenen en dat Dubbelveste onvoldoende had onderbouwd welke herstelpunten niet waren nagekomen.
Het hof bevestigt dat de opleveringsverplichting van Meeùs op of vóór 1 maart 2010 lag en dat zij tekort is geschoten door het gehuurde niet tijdig in de overeengekomen staat op te leveren. Echter, de vertraging is veroorzaakt door Dubbelveste die niet tijdig medewerking verleende aan inspecties en vasthield aan haar standpunt over de verlenging van de huurovereenkomst. Hierdoor is sprake van schuldeisersverzuim bij Dubbelveste, wat voor Meeùs overmacht oplevert. De vorderingen van Dubbelveste voor huurpenningen, boetes en rente worden afgewezen, herstelkosten deels toegewezen met een korting van 30% wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep worden aan Dubbelveste opgelegd, incidenteel appel wordt gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt Dubbelveste in de proceskosten, wijst herstelkosten deels toe en wijst huurpenningen, boetes en rente af wegens schuldeisersverzuim.