Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
Klacht 1: geen omzetbelasting verschuldigd vanwege strijdigheid van het forfait met het Unierecht
verschuldigde btwforfaitair bepaalt, het aldus bepaalde bedrag ‘noodzakelijkerwijs evenredig moet zijn aan de omvang van het privégebruik van het betrokken goed.’ [68]
5.Klacht 2: statistische gegevens toelaatbaar bij bepaling privégebruik
Klacht 3: in tweede halfjaar 2011 toepassing forfait van 1,5% in plaats van 2,7%