Conclusie
mededeling van een of meer van deze verbalisanten:
mededeling van verbalisanten:
verdachte:
mededeling van verbalisant:
verbalisant:
eerste middelklaagt over het oordeel van het Hof het dat er sprake was van een redelijk vermoeden zoals bedoeld in art. 49 Wet Pro wapens en munitie (WWM), terwijl het vermoeden enkel is gebaseerd op CIE-informatie die onvoldoende concreet en specifiek was en waarvan over de betrouwbaarheid geen oordeel kon worden gegeven, terwijl er desondanks geen nadere onderzoekshandelingen zijn verricht ter verificatie van de informatie.
Nadere bewijsoverweging
tweede middelbehelst de klacht dat het Hof het verweer dat aan de verdachte niet tijdig de cautie is gegeven en dat derhalve de verklaring van de verdachte van het bewijs had moeten worden uitgesloten ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
derde middelklaagt dat het bewezenverklaarde ‘voorhanden hebben’ niet volgt uit de bewijsmiddelen.