ECLI:NL:HR:2013:BZ2190
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid doorzoeking op basis van anonieme CIE-informatie bij overtreding WWM
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor het bezit van verboden wapens, munitie en cocaïne. De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de doorzoeking van de woning en de auto van de moeder van de verdachte, die was verricht op basis van anonieme informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE).
Het hof oordeelde dat de CIE-informatie voldoende concreet en specifiek was om het redelijk vermoeden te rechtvaardigen dat de verdachte verboden wapens in bezit had, zoals bedoeld in artikel 49 van Pro de Wet wapens en munitie (WWM). De politie mocht daarom overgaan tot doorzoeking en inbeslagneming zonder verdere verificatie, gelet op de urgentie en het ontbreken van mogelijkheden tot verificatie.
De verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat de auto van de moeder zonder expliciete machtiging niet doorzocht had mogen worden. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat op grond van artikel 51 WWM Pro voor de auto geen aparte machtiging nodig was en dat de doorzoeking niet onrechtmatig was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. Volgens de Hoge Raad kan verdenking van overtreding van de WWM worden aangenomen op basis van anonieme CIE-informatie, mits deze voldoende concreet en specifiek is. Het oordeel van het hof was niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de doorzoeking en verwierp het cassatieberoep.