Conclusie
middelbevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist tot oplegging aan de veroordeelde van een zwaardere straf dan de straf waartoe de veroordeelde in het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 23 november 2010 is veroordeeld, althans dat de rechtbank haar beslissing in dit verband niet toereikend heeft gemotiveerd. Ik vat het middel, nu hierin verwezen wordt naar art. 44 van Pro het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen (hierna: EVIG), zo op, dat geklaagd wordt dat de rechtbank de veroordeelde ten gevolge van de door haar opgelegde gevangenisstraf in strijd met art. 44 lid 2 EVIG Pro in een nadeliger positie heeft gebracht vergeleken met de straf die hij in België zou moeten ondergaan, als deze straf daar ten uitvoer zou worden gelegd.