Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
gehelecomplex is voldaan aan de voorwaarden voor het toepassen van de uitzondering van afvalwaterzuiveringsinstallaties. Aldus had de Heffingsambtenaar bij het bepalen van de WOZ-waarden van het complex de waarde daarvan in zijn geheel buiten aanmerking moeten laten. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de bij de WOZ-beschikkingen vastgestelde waarden verminderd tot nihil en de OZB-aanslagen vernietigd.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
Feiten
3.Het geding in cassatie
juisterechtsopvatting zou zijn uitgegaan (
quod non),is het oordeel van het Hof ten aanzien van de uitleg van “werken bestemd voor de zuivering” tevens - in het licht van de gemotiveerde stellingen van het Hoogheemraadschap - ontoereikend gemotiveerd. Het Hof laat immers volstrekt in het midden waarom het niet overtuigd is door het onderbouwde betoog van het Hoogheemraadschap dat en waarom alle onderdelen een functie hebben in het proces van waterzuivering en dat het niet mogelijk is dat één van die onderdelen wordt weggelaten. De onderbouwing en motivering van het al dan niet bestemmen van een werk voor de zuivering ontbreekt aldus volledig. Ook voor zover dit impliciet verscholen zou moeten liggen in andere overwegingen, blijft volstrekt onduidelijk waarop de gedachten van het Hof berusten.
4.Wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
5.Beschouwing en beoordeling van het beroep in cassatie van belanghebbende
Het eerste middel
juisterechtsopvatting zou zijn uitgegaan (
quod non), (…) het oordeel van het Hof ten aanzien van de uitleg van “werken bestemd voor de zuivering” tevens - in het licht van de gemotiveerde stellingen van [belanghebbende] - ontoereikend gemotiveerd [is]’. [66]