Conclusie
3.Het eerste middel
aangever [slachtoffer]:
getuige [getuige 1]:
[getuige 2]:
getuige [getuige 3]:
[getuige 4]:
4.Het tweede middel
handgeschreven op pleitnota: “beperkt oplossend vermogen”, AEH)
kúnnenen moeten rennen (hoewel hij werd vastgegrepen door [slachtoffer] én [verdachte] zich op een strategisch onhandige positie, net voor de trap, bevond) of had hij van zich af moeten slaan (hoewel zij met z’n drieën waren en hij slechts alleen)? Dan is sprake van noodweerexces. [verdachte] was angstig, bevreesd en op het laatste moment misschien zelfs radeloos. Meent u dat dit niet aannemelijk kan worden, dan zijn ook woede, verontwaardiging of drift in beginsel verontschuldigend, zo heeft de Hoge Raad al in 1895 bepaald. Getuige [getuige 5] omschrijft de situatie echter beeldend door te zeggen dat de drie mannen daar intimiderend stonden en dat ze forser en groter waren dan, de nogal tengere, [verdachte] . Die had voldoende reden voor angst.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.Het derde middel
:
putatief noodweer (feiten 2 en 3)
“(putatief) noodweer (feiten 2 en 3)”in het bestreden arrest. Het hof heeft met zijn overweging dat “uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte als eerste heeft geschoten” dan ook onmiskenbaar gedoeld op de situatie waarin de verdachte schoot op de verbalisant [getuige 3] .
“nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte als eerste heeft geschoten, deze verweren geen nadere bespreking behoeven”, heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat hij de namens de verdachte aan het verweer ten grondslag gelegde feitelijke toedracht niet aannemelijk geworden acht [12] en dat het verweer reeds daarom geen bespreking behoeft. Gelet op de door het hof als bewijsmiddel 6 en als bewijsmiddel 8 opgenomen verklaringen waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte in de confrontatie met [getuige 3] als eerste schoot, acht ik dat oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.