ECLI:NL:HR:2016:744

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 april 2016
Publicatiedatum
26 april 2016
Zaaknummer
14/05523
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in doodslagzaak

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een zaak betreffende doodslag. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met vermindering daarvan, en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, behalve dat ambtshalve moest worden beoordeeld of de redelijke termijn was overschreden. Gezien de voorlopige hechtenis van de verdachte en het verstrijken van meer dan zestien maanden sinds het instellen van het cassatieberoep, werd de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro overschreden.

Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van achttien jaar naar zeventien jaar en tien maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 26 april 2016.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

26 april 2016
Strafkamer
nr. S 14/05523
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 oktober 2014, nummer 23/004939-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J.A. van den Munckhof, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van achttien jaren.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zeventien jaren en tien maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 april 2016.