Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
3.1.2 partijen zijn - in hun onderlinge verhouding - ieder voor de helft draagplichtig voor de schuld aan SVB ter hoogte van €22.999,05 per 16 februari 2009”.
3.1.3 de vrouw is geheel draagplichtig is voor de schuld bij de SVB”.
3.Bespreking van het incidentele cassatiemiddel
Onderdeel Iricht zich tegen rov. 9 en 10 van de bestreden beschikking en klaagt dat het hof heeft miskend dat ambtshalve het Marokkaanse bewijsrecht ten aanzien van de wettelijke vermoedens en de bewijslastverdeling moet worden toegepast. Voor zover het hof het materiële bewijsrecht wel heeft toegepast, is het oordeel onvoldoende gemotiveerd.
4.Conclusie
- in het principaal beroep: tot vernietiging van het bestreden arrest doch uitsluitend op het punt van de vernietiging van onderdeel 3.1.2 in het dictum van de (herstelde) beschikking van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2014 en tot afdoening door de Hoge Raad zelf in dier voege dat het genoemde onderdeel van het dictum van de rechtbank wordt overgenomen, en tot verwerping van het principaal beroep voor het overige;
- in het incidenteel beroep: tot verwerping.