Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Bespreking van het cassatiemiddel
Klacht 1houdt in dat het hof ten onrechte voorbij is gegaan aan haar stelling [3] dat de door de man beoogde erkenning een eerste stap zal zijn, van waaruit de man zal trachten een ongewenste, steeds verder gaande invloed uit te oefenen op het leven van de zoon. In dit verband heeft zij in hoger beroep aangevoerd dat uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming volgt dat de man, cognitief beperkt als hij is ten gevolge van een hersenbeschadiging in zijn jeugd, obsessief bezig is met de zoon en beter hulp zou moeten zoeken. Deze klacht is uitgewerkt in drie subonderdelen. Onder 1.1 klaagt de moeder dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan indien het hof van oordeel is dat het ‘
stepping stone’-argument van de moeder niet van belang kan zijn voor de toetsing aan de hand van de maatstaf die is genoemd in alinea 2.1 hiervoor. Met haar ‘
stepping stone’-argument veronderstelt de moeder een aanvullende grond voor haar weigering van toestemming te hebben gegeven, naast haar (wél door het hof besproken) emotionele weerstand tegen erkenning van de zoon door de man. Subsidiair klaagt de moeder, onder 1.2, dat de redengeving van de bestreden beschikking op dit punt ontoereikend is. Onder 1.3 voert de moeder nader aan dat het ‘
stepping stone’-argument kon bijdragen tot het oordeel dat, als gevolg van erkenning door de man, reële risico’s bestaan dat de zoon wordt belemmerd in zijn evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling. Het hof had dit argument ten minste behoren te bespreken.
stepping stone’-argument van de moeder ingegaan. De vraag of hij na de erkenning zal trachten zijn relatie met de zoon verder uit te bouwen, is volgens hem een vervolgvraag, die afzonderlijk door de rechter dient te worden beoordeeld en in dit geding nog niet aan de orde is [4] . Het hof vermeldt dit standpunt van de man in rov. 3.8. Aan het slot van rov. 3.16 heeft het hof het standpunt van de man gevolgd: het hof overweegt dat erkenning alleen de afstamming vastlegt en op zichzelf niet leidt tot het verkrijgen van gezag of van een omgangsregeling. Het hof is dus niet aan dit standpunt van de moeder voorbij gegaan. Het argument van ‘de eerste stap’ is slechts in zoverre juist dat de vervangende toestemming nodig is om de zoon te kunnen erkennen. Bij gebreke van een (hier: door erkenning ontstaan) juridisch ouderschap zal de man niet (mede) het ouderlijk gezag worden belast. Daarmee is niet gezegd dat de tweede stap (de toekenning van het ouderlijk gezag of de vaststelling van een omgangsregeling) vanzelfsprekend op de eerste stap volgt. Met andere woorden: het verlenen van vervangende toestemming prejudicieert niet op een wijziging van het ouderlijk gezag, noch op de vaststelling van een zorg- en omgangsregeling.
nietaannemelijk maakt dat daaruit gevolgen (kunnen) voortvloeien die de ongestoorde verhouding tussen moeder en kind schaden dan wel anderszins negatieve gevolgen voor het kind (zullen) hebben. De verwijzing door het hof naar de opinie van de bijzondere curator en van de Raad voor de Kinderbescherming doet volgens de klacht aan dit manco niet af.
per segevolgen te hebben in de verhouding tussen de moeder en het kind [9] . In de redenering van het hof heeft de moeder niet of niet voldoende aangegeven hoe en in welk opzicht de gedragingen van de vader hun weerslag vinden in een verstoring van de verhouding tussen de moeder en de zoon of anderszins nadeel opleveren voor de zoon. Een uit de voorgenomen erkenning − méér dan uit een weigering door het hof van het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning − voortvloeiend reëel risico voor de geestelijke of lichamelijke gezondheid of het welzijn van de zoon is in appel niet gebleken. Het hof heeft oog gehad voor de bestaande weerstand bij de moeder tegen contact met de man en voor de onrustgevoelens die de voorgenomen erkenning bij de moeder teweegbrengen, maar is van oordeel dat deze niet noodzakelijk leiden tot schade voor de ongestoorde verhouding tussen haar en de zoon of tot nadeel voor de zoon. Het hof is bovendien van oordeel dat deze weerstand en deze onrustgevoelens met professionele hulp kunnen worden overwonnen. Dat oordeel is voorbehouden aan het hof als de rechter die over de feiten oordeelt en is niet onbegrijpelijk voor de lezer. Klacht 2 faalt.
stepping-stone’-argument, zij het in andere woorden. Zij faalt om dezelfde reden.