ECLI:NL:PHR:2016:1485
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bewijsuitsluiting na onrechtmatige fouillering onderbroek verdachte
In deze zaak stond de vraag centraal of het bewijs verkregen uit een fouillering van de onderbroek van verdachte onrechtmatig was en of dit bewijs uitgesloten moest worden. Het hof had de verdachte vrijgesproken omdat het bewijs was verkregen na een onrechtmatige fouillering waarbij de verbalisant zonder expliciete toestemming de verdovende middelen uit de onderbroek van verdachte had gehaald. Het hof motiveerde dat dit vormverzuim een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift betrof en dat bewijsuitsluiting noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het vormverzuim tot bewijsuitsluiting moest leiden. De motivering ontbrak aan een op het geval toegesneden afweging van factoren zoals de ernst van het verzuim en het concrete nadeel voor verdachte. Het hof had niet duidelijk gemaakt of het onderzoek aan de onderbroek als onderzoek aan de kleding of aan het lichaam moest worden gekwalificeerd, terwijl dit van belang is voor de bevoegdheid en rechtmatigheid van het onderzoek.
Verder overweegt de Hoge Raad dat hoewel de verbalisant toestemming had gevraagd voor onderzoek aan de kleding, dit niet betekent dat het onderzoek aan het lichaam zonder toestemming was toegestaan. De Hoge Raad benadrukt dat bewijsuitsluiting alleen gerechtvaardigd is bij zeer ingrijpende inbreuken op grondrechten en dat het hof onvoldoende heeft onderbouwd dat dit hier het geval was. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het beroep en de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.