Conclusie
mensenhandel, meermalen gepleegd” en 2. “
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
eerste middelkeert zich met diverse deelklachten tegen het oordeel van het hof ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde.
hij op één of meer tijdstippen in de periode van 27 mei 2013 tot en met 14 april 2014 te Utrecht en/of te Alkmaar en/of te ’s-Gravenhage en/of (elders) in Nederland telkens
Overweging met betrekking tot het bewijs” onder meer het volgende overwogen:
Periode
De uitbuiting heeft ongeveer elf maanden geduurd. Het slachtoffer was volledig in de greep van verdachte. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin zij verkeerde. Het slachtoffer, dat zonder familie in Nederland was, had een relatie met verdachte, woonde bij verdachte en was bovendien de Nederlandse taal niet machtig. Verdachte had voortdurend bemoeienis met haar prostitutiewerkzaamheden. Hun onevenwichtige relatie maakte het slachtoffer zeer kwetsbaar. Verdachte werkte zelf niet en had geen inkomsten, maar leefde van het geld dat het slachtoffer verdiende. De positie van het slachtoffer was geenszins vergelijkbaar met die van een mondige Nederlandse prostituee en zij werd door verdachte in feite belemmerd in haar keuze om in vrijheid te bepalen of zij het werk wilde voortzetten of er mee wilde ophouden, al is niet gebleken van dwang.”
verhoudingenvoortvloeiend overwicht’ kenden. Art. 273a (oud) Sr en art. 273f Sr spreken daarentegen van ‘misbruik van uit feitelijke
omstandighedenvoortvloeiend overwicht’. Uit de parlementaire geschiedenis van deze bepalingen blijkt niet dat de wetgever met dit verschil in terminologie een wijziging in de betekenis en de reikwijdte van deze bestanddelen heeft beoogd. De parlementaire stukken bieden eerder aanwijzingen voor het tegendeel. Zo heeft de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes met betrekking tot art. 250ter (oud) Sr reeds beide begrippen door elkaar gebruikt, [3] terwijl de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot implementatie van Richtlijn 2011/36/EU [4] – met voorbijgaan aan de genoemde wijziging in terminologie – vermeldt dat art. 273f Sr ‘misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht’ erkent als middel waarmee de keuzevrijheid van het slachtoffer wordt geschonden . [5]
soms” naar haar werk bracht en haar “
soms” ophaalde.
dussprake was van een ongelijkwaardige relatie tussen beiden, berust de klacht op een verkeerde lezing van de bestreden uitspraak. Hierbij neem ik in aanmerking dat het hof in het kader van de strafoplegging heeft overwogen dat de gevoerde (tap)gesprekken de ongelijkwaardige relatie tussen de verdachte en [betrokkene 1] “
kenmerken”. Daaruit volgt dat het hof de ongelijkwaardige relatie niet (enkel) heeft afgeleid uit de omstandigheid dat [betrokkene 1] afkomstig is uit een land waar de economische omstandigheden slecht zijn en zij de Nederlandse taal niet machtig is. Ook voor het overige faalt de klacht. In het licht van de gebezigde bewijsmiddelen, die onder meer inhouden dat [betrokkene 1] uit Bulgarije afkomstig is en zowel de Nederlandse als de Engelse taal niet machtig is, [19] is de in het middel bedoelde overweging van het hof niet onbegrijpelijk. Het hof heeft voorts uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat sprake was van een ongelijkwaardige relatie tussen beiden. [20]
Sub 6 en 9”. De daarin door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden kunnen uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. [21] Die overwegingen geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn niet onbegrijpelijk.
Valt een regeling, zoals in de hoofdzaak aan de orde, omtrent de toegang van niet-ingezetenen tot coffeeshops, geheel of gedeeltelijk binnen de werkingssfeer van het EG-Verdrag, in het bijzonder het vrij verkeer van goederen en/of diensten, dan wel het discriminatieverbod van artikel 12 [EG] in samenhang met artikel 18 [EG]?”
3. De noodzaak van drugsbestrijding, met name door de illegale handel daarin tegen te gaan en door het gebruik van verdovende middelen alsmede drugsverslaving te voorkomen, is in meerdere handelingen en instrumenten van de Unie erkend.
Mensenhandel is verboden.”
Het Europees Parlement en de Raad kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen betreffende de bepaling van strafbare feiten en sancties in verband met vormen van bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie die voortvloeit uit de aard of de gevolgen van deze strafbare feiten of uit een bijzondere noodzaak om deze op gemeenschappelijke basis te bestrijden.
Mensenhandel is een ernstig, vaak in het kader van georganiseerde misdaad gepleegd misdrijf, een grove schending van de fundamentele rechten en uitdrukkelijk verboden door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het voorkomen en bestrijden van mensenhandel is een prioriteit voor de Unie en de lidstaten.”
Deze richtlijn stelt minimumregels vast betreffende de omschrijving van strafbare feiten en straffen op het gebied van mensenhandel. (…)”
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de hierna volgende opzettelijke gedragingen strafbaar te stellen:
tweede middelbevat de klacht dat de strafoplegging onvoldoende met redenen is omkleed. Daartoe klaagt het middel dat het hof rekening heeft gehouden met een eerdere veroordeling in Frankrijk voor een soortgelijk delict, terwijl deze veroordeling niet uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie kan volgen, althans dat het hof onvoldoende blijk heeft gegeven te hebben onderzocht of die veroordeling onherroepelijk is.
Het hof heeft gezien een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 augustus 2015 en houdt rekening met het feit dat verdachte eerder in Frankrijk is veroordeeld voor een soortgelijk delict (koppelarij met meerdere slachtoffers) als het onder 1 bewezen verklaarde feit.”
Het is bovendien niet de eerste keer dat verdachte voor dergelijke feiten met justitie in aanraking komt. Uit een antwoord van 10 juli 2014 op een uitgaand rechtshulpverzoek aan Frankrijk is gebleken dat verdachte in Frankrijk is veroordeeld wegens koppelarij onder verzwarende omstandigheden ten aanzien van meerdere slachtoffers. Het vonnis is van 23 november 2009 en verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en een verbod om het land gedurende tien jaar te betreden.”
KOPPERLARIJ ONDER VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN: MEERDERE SLACHTOFFERS (…)” waarbij de verdachte werd veroordeeld tot onder meer een jaar gevangenisstraf. De uitdraai vermeldt voorts: “
18/07/2010: straf uitgevoerd”.
18/07/2010: straf uitgevoerd” afgeleid dat die veroordeling onherroepelijk is geworden. Dat is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat door of namens de verdachte niet is aangevoerd dat die veroordeling niet in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl de Franse veroordeling zowel in eerste aanleg als in hoger beroep in het kader van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte onderwerp van bespreking is geweest, [32] en de bedoelde uitdraai van 10 juli 2014 geen aanknopingspunt biedt voor een aangewend rechtsmiddel.