Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
(Risico(fluctuatie) vermijden is voor mij belangrijker dan het streven naar hoog rendement)is gekozen voor het antwoord
(Mee eens). De “Bijlage Risicohouding” is naar aanleiding van het gesprek met [verweerder 1] van 11 juli 2007 door Staalbankiers via een computerprogramma ingevuld en aan [verweerders] , toegezonden. Deze formulieren zijn daarna niet meer met [verweerders] besproken. Naar het oordeel van het hof had dit in de gegeven omstandigheden van Staalbankiers als professionele en bij uitstek deskundig dienstverlener wel verwacht mogen worden. Dit geldt temeer daar de door haar (naar aanleiding van het gesprek van 11 juli 2007) gekozen antwoorden op de in de formulieren gestelde vragen tot een risicovoller profiel voor de beheersportefeuilles hebben geleid dan gold (en is blijven gelden) voor de adviesportefeuilles en de te kiezen antwoorden op de vragen slechts in (zeer) beperkte mate van elkaar verschillen, terwijl de keuzes (kennelijk) wel van (wezenlijke) invloed zijn op de computerscore die leidt tot de vaststelling van het profiel. [verweerders] heeft er voorts terecht op gewezen dat er tegenstrijdigheden zitten in de antwoorden op de vragen in de formulieren en dat dit aanleiding had moeten zijn voor Staalbankiers om nadere informatie bij [verweerders] in te winnen. Het hof acht voldoende aannemelijk dat bij een zorgvuldige advisering op basis van juiste, volledige en actuele informatie [verweerders] ook voor de beheersportefeuilles gekozen zou hebben voor het (voor de adviesportefeuilles gehandhaafde) profiel defensief. Het hof overweegt tot slot dat [verweerders] gemotiveerd heeft betwist dat hij in 2007 meer beleggingservaring had dan in 2003. Hij heeft daartoe aangevoerd dat Staalbankiers het beleggingsbeleid bepaalde en dat hij in nagenoeg alle gevallen de adviezen van Staalbankiers heeft opgevolgd. De enkele stelling dat er in 2007 een groter vermogen was als gevolg van eerdere rendementen doet aan het voorgaande niet af en betekent in elk geval niet dat Staalbankiers als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener aan [verweerders] het profiel neutraal had mogen adviseren. Het hof tekent hierbij nog aan dat Staalbankiers bij pleidooi heeft aangevoerd dat er in 2006 een winst was van € 54.000,--. Verder is aangevoerd (zoals ook door [verweerders] is aangegeven) dat in 2006 het restant van de bij de verkoop gegeven lening ad € 360.000,- vervroegd is afgelost (waarvan een gedeelte extra is belegd. Hiertegenover stond echter dat als inkomensbron de jaarlijkse aflossingen ad € 45.000,— met rente voortijdig waren geëindigd.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 2is onbegrijpelijk dat het beroep op eigen schuld is verworpen voordat het hof de zorgplichtschending in de adviesportefeuilles heeft vastgesteld. Volgens
onderdeel 3verzuimt het hof te responderen op de stelling van Staalbankiers dat [verweerders] er in 2008 na een uitvoerige bespreking met Staalbankiers bewust voor hebben gekozen om de portefeuilles ongewijzigd te handhaven en daarmee hebben verzuimd om schadebeperkende maatregelen te nemen.
[De T.] /Dexia. Dit is ook van belang bij de causaliteitsafweging op de voet van art. 6:101 BW Pro.
[De T.] /Dexia, heeft het hof het voorgaande miskend en aldus blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting, heeft het nagelaten te vermelden waarom hier, ondanks de verschillen met de zojuist bedoelde standaardrelatie, eenzelfde causaliteitsverdeling moet worden toegepast en heeft het zijn oordeel aldus ontoereikend gemotiveerd.”
onderdeel 1veronderstellen dat het hof heeft geoordeeld dat er in de adviesrelatie geen ruimte is voor een beroep op eigen schuld van de belegger gezien de deskundigheid van de bank of het feit dat cliënt afgaat op haar adviezen, dienen zij bij gebrek aan feitelijke grondslag te falen.
onderdeel 2betoogt, is niet onbegrijpelijk dat in het tussenarrest het beroep op eigen schuld is verworpen voordat het hof in zijn eindarrest de zorgplichtschending in de adviesportefeuilles heeft vastgesteld. Het hof heeft dit oordeel in zijn tussenarrest gegeven voor het geval dat na het deskundigenonderzoek geoordeeld zou worden dat ter zake van de adviesportefeuilles inderdaad sprake was van de in het tussenarrest reeds benoemde, mogelijke zorgplichtschendingen.