Conclusie
Uit het arrest blijkt dat [verzoekster 1] en [verzoeker 2] wordt tegengeworpen dat zij (a) de informatieplicht onvoldoende zijn nagekomen (rov. 3.4), en (b) dat sprake is van nieuwe schulden en een boedelachterstand (rov. 3.5). De grond sub (a) ziet op de beëindigingsgrond als bedoeld in art. 350 lid Pro 3, aanhef en onder c Fw; de grond sub (b) betreft de beëindigingsgrond van art. 350 lid Pro 3, aanhef en onder d Fw.