Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
‘rug tegen muur’,
‘de ongerustheid is toegeslagen’) toen bekend werd dat hij het bedrag van de geldlening mogelijk kwijt was. In die periode was hij ook van mening dat [verweerder] (c.s.) in moreel opzicht verantwoordelijk was voor de ongunstige uitkomst van de transactie (
‘zou me in jullie schoenen op zijn minst verantwoordelijk voelen (...) toch zeker op sociaal gebied’) nu [verweerder 1] (volgens [eiser] ) de partijen bij de geldlening met elkaar in contact had gebracht en hem bij het aangaan van de geldlening niet had geïnformeerd over de waarde van de grond in Roden. [eiser] dacht toen dat [verweerder 1] mogelijk (omdat hij ook voor de wederpartij bij de geldlening werkte of had gewerkt) feitelijke kennis had over verhaalsobjecten die nuttig zou kunnen zijn om de vorderingen uit de geldlening alsnog te incasseren (
‘het huiswerk omtrent de kredietwaardigheid van [betrokkene 2] en bedrijven bij jullie bekend moet zijn’). Hij wilde dat [verweerder 1] - zijn advocaat - deze kennis zou inzetten voor de incasso van de vorderingen. Hij wilde dus actie en hij was ongerust en ontevreden maar hij maakte geen verwijten aan [verweerder 1] (
‘ik wijs niet met de vinger op dit moment en als dat zo is overgekomen, vooralsnog mijn excuses maar wens van jullie in deze fase geen passieve rol´). Hij wilde samen met [verweerder 1] de kwestie oplossen en hij vertrouwde erop dat [verweerder 1] zijn belangen behartigde (
´we met zn allen moeten proberen dit op te lossen met zekerheden voor ons, want zoals door jullie aangegeven staan jullie uiteraard aan onze kant in deze´). Hij wilde tot slot afspraken maken over het (gereduceerde, resultaatsafhankelijke) loon van [verweerder 1] voor het werk in dit verband.
'Iedere aansprakelijkheid van [A] is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval uit hoofde van de door [A] afgesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald, vermeerderd met het bedrag van het onder de desbetreffende verzekering toepasselijke eigen risico'.
3.Bespreking van de klachten van het principale cassatieberoep
enkelegrond naast zijn werkgever aansprakelijk is omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld jegens de opdrachtgever van zijn werkgever. Daarbij valt te bedenken dat zeker niet voetstoots kan worden aangenomen dat zodanige aansprakelijkheid is gedekt onder een aansprakelijkheidsverzekering. In veel gevallen zal verhaal bestaan op de werkgever, maar zeker niet steeds, bijvoorbeeld niet ingeval van een déconfiture van deze laatste. Maar daarmee is nog niet verklaard waarom de hier bedoelde personen
rechtensanders zouden moeten worden behandeld dan (vrije) beroepsbeoefenaren. Die verklaring zoekt men tevergeefs bij de genoemde auteurs.
wanneeren
waaromdie persoonlijke aansprakelijkheid op basis van eigen onrechtmatig handelen bestaat. Wanneer men zou menen dat het steeds moet gaan om ernstig verwijtbare handelingen (een opvatting waar m.i. veel voor te zeggen valt) bestaat aan deze nieuwe loot aan de stam der rechtsontwikkeling geen behoefte. De oude en vertrouwde persoonlijk ernstig verwijt-doctrine biedt dan al voldoende soelaas, in elk geval voor bestuurders.
werknemersdie geen contractuele band hebben met de (wat onbeholpen uitgedrukt) quasi opdrachtgever nochtans bij tekortschietende dienstverlening, die in de relatie opdrachtgever/opdrachtnemer zou moeten worden gekwalificeerd als wanprestatie, eo ipso onrechtmatig handelen, acht ik onjuist en onaantrekkelijk. Dergelijke kwesties spelen, naar valt aan te nemen, in de praktijk vooral in gevallen waarin de opdrachtnemer failliet gaat of niet in staat is de schade te betalen. De financiële gevolgen van de “wanprestatie” zouden dan steeds kunnen worden afgewenteld op werknemers. Zeker omdat de meeste werknemers lage inkomens hebben en de meeste vruchten van hun arbeid worden geplukt door de opdrachtnemers, is dat maatschappelijk bezien in het algemeen minder wenselijk.
4.Behandeling van de voorwaardelijk incidentele klachten
nietzou hebben bewogen tot meer voorzichtigheid of een nadere risicoafweging, respectievelijk dat meer voorzichtigheid of een nadere risicoafweging als gevolg zou hebben gehad dat [eiser] nadere afspraken zou hebben gemaakt of van de transactie zou hebben afgezien. [verweerder] c.s. klagen dat de overwegingen van het Hof innerlijk tegenstrijdig zijn (
onderdeel 2.3).
onderdeel 2.4).
zou hebben gedaanwanneer hij beter was geïnformeerd.
nietwist dat dat de hypothecaire zekerheid onvoldoende dekking zou
kunnenbieden.
5.Afsluitende opmerkingen: the devil and the deep blue sea
in beginselweinig in persoonlijke aansprakelijkheid van een werknemer die werkzaam is in het kader van de productie van zaken die later schade blijken te berokkenen.
voorkomen. Daartoe strekkende pleidooien slaan niet aan. Men kan er geen munt uit slaan. Maar het is nuttig en bitter hard nodig. [55]