Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
i.e.sector 64, zulks al dan niet met toepassing van de concernaansluitingsregeling ex art. 5.4(1) Regeling Wfsv.
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
De feiten
i.e.sector 64.
3.Het geding in cassatie
alseen uitzendwerkgever ontsnapt aan sector 52 omdat hij – op basis van de aard van de werkzaamheden per uitzendkracht – voor meer dan 50% van de totale premieloonsom onder één vaksector valt, is er geen beletsel meer om met toepassing van de concernregels van art. 5.4 Regeling Wfsv aansluiting te vragen bij sector 64.
4.De regelgeving
De Wfsv
methet uitzendbeding ex art. 7:691(2) BW. Door de gelijkstelling in lid 4 wordt ook een uitzendbureau dat uitzendt
zonderuitzendbeding in beginsel ingedeeld in sector 52, behalve als door de uitzendelingen “werkzaamheden worden verricht die sec functioneel bezien voor meer dan 50% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis aan één sector kunnen worden toegerekend”:
5.Jurisprudentie
6.De sectorindeling van uitzendbedrijven
escapeop grond waarvan zij toch (geheel) kunnen worden ingedeeld in een andere sector dan sector 52: de ‘sec functioneel’-uitzondering.
escapein lid 4 van de Uitzendbepalingen al rekening gehouden met het verschil tussen uitzenden met en zonder uitzendbeding door de regel dat als een werkgever die uitzendt zonder uitzendbeding niet aan de voorwaarden voor deze
escapevoldoet, hij wordt gelijkgesteld met een werkgever die uitzendt met uitzendbeding. De toelichting op het vervallen Besluit indeling uitzendbedrijven (zie 4.7) maakt bovendien ter zake van het verbod op concernaansluiting geen onderscheid tussen uitzenden met en zonder uitzendbeding.