Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
aansprakelijkheidsverzekeraars. Maar zelfs als deze aanzienlijk zou zijn, wat dan allicht zou moeten worden verdisconteerd in de premies, zou dat zeker niet zonder meer maatschappelijk onwenselijk zijn. De keerzijde is immers dat ziektekostenverzekeraars en verzekeraars van vergelijkbare pluimage een groter deel van de door hen uitgekeerde schade kunnen verhalen wat, als het goed is, positieve effecten heeft op de premies van deze verzekeringen. Voor de verzekeringsindustrie als geheel, zou het niet uit moeten maken.
4.De beweerde invloed op een goede afwikkeling van zaken
nietis dat
Menzisaan het convenant is gebonden, maar dat ’s Hofs benadering haaks staat op een trend in assurantibus. Hoe dat zij, het is een niet onaanzienlijke stap om verzekeraars die een bepaald convenant niet willen aanvaarden – die zijn er ongetwijfeld – daarmee in het kader van de rechtsontwikkeling nochtans om de oren te slaan. Het wijst er bovendien andermaal op dat het onverstandig is dit soort argumenten in de rechtsstrijd te werpen zonder dat er gelegenheid is voor een behoorlijk debat, bijvoorbeeld over de vraag waarom sommige verzekeraars zich niet aan het convenant willen binden.
persoonlijkraken.
alleende benadeelde persoonlijk raakt; zie onder 5.2.2. Dat heeft het Hof evenwel niet geoordeeld. Het heeft
weloverwogen dat sprake is van “subjectieve omstandigheden aan de zijde van De Vries”, maar
nietdat zij louter hem persoonlijk raken.
specifiekelijden, afhankelijkheid en wat dies meer zij. Daarbij valt te denken aan omstandigheden zoals: de benadeelde heeft kip noch kraai die zich om hem of haar bekommert. In zo’n geval kan een korting wegens “eigen schuld” verstrekkende gevolgen hebben op het toch al karige smartengeld of daarmee verband houdende vergoedingen die gemeenlijk niet door ziektekostenverzekeraars e tutti quanti worden vergoed. Voor zover een billijkheidscorrectie (mede) wordt toegepast met het oog op deze en dergelijke omstandigheden is er geen of op zijn best veel minder goede grond om een gesubrogeerde verzekeraar daarvan te laten profiteren. Het is in een dergelijke setting ook veel gemakkelijker uit te leggen waarom de subrogatie daarop niet ziet. In zo’n scenario gaat het werkelijk om de vraag of een verzekeraar subrogeert in zieligheid. [29]
concreteaanwijzingen voor het tegendeel, voor te houden dat toepassing van een billijkheidscorrectie niet is ingegeven door omstandigheden als bedoeld onder 5.8.
zoalsde uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten en de mate van verwijtbaarheid van ieders gedrag (het gaat dus om een niet limitatieve opsomming). In een stelsel waarin regresnemers niet profiteren van bijzondere slachtoffer beschermende regels omdat regresnemers nu eenmaal geen slachtoffer zijn, zou het ongewenst zijn hen wel de vruchten te laten plukken van argumenten die bij uitstek leunen op de gedachte dat het concrete slachtoffer zo zwaar getroffen is en daarom uit de wind moet worden gehouden bij de toepassing van een leerstuk als de eigen schuld. [38]
met het oog opschade die niet door verzekering wordt gedekt. Als dat zo is, dan valt in zekere zin te begrijpen dat de correctie niet doorwerkt naar de regres nemende verzekeraar. De correctie beoogde immers niet mede hem te beschermen.
beperktebijstelling van de causaliteitsverdeling.” [40]
niet per setussen slachtoffer en verzekeraar, maar doet dat hiér, nu de Raad zulks opportuun acht” (cursivering toegevoegd). [47]
gezinvan het slachtoffer. [58] Ook treffen we wel een stelliger en algemeen geformuleerd oordeel aan. [59]
hierop geëntebillijkheidscorrectie te laten profiteren.
daaropis toegesneden en als dat het geval is
in hoeverredeze en dergelijke omstandigheden een rol hebben gespeeld bij de toepassing. Het komt daarbij steeds aan op een redelijke uitleg van de betrokken uitspraak. Ingeval van twijfel lijkt op praktische gronden aangewezen ervan uit te gaan dat dergelijke omstandigheden niet (mede) de stoot hebben gegeven tot toepassing van de billijkheidscorrectie.
correctieten opzichte van de regres-nemend verzekeraar buiten beschouwing blijft
in zoverredeze door omstandigheden als vermeld onder 5.31.1 is ingegeven.
kanzijn dat de premies van aansprakelijkheidsverzekeringen zullen stijgen (voor zover die premies ten minste door rationele overwegingen worden ingegeven en niet vooral door onderlinge concurrentie), [63] maar de relatief dure aansprakelijkheidsverzekeringen houden vooral verband met het autoverkeer. Dat is relatieve luxe en daarmee weegt een eventuele premiestijging maatschappelijk minder zwaar.