ECLI:NL:PHR:2015:415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader met minderjarige na deskundigenrapport
De zaak betreft een vader die na beëindiging van zijn relatie met de moeder van zijn dochter een omgangsregeling met de minderjarige heeft verzocht. Eerder was hem het omgangsrecht ontzegd. Na diverse procedures en een deskundigenonderzoek door het NIFP, oordeelde het hof Arnhem-Leeuwarden dat het niet in het belang van de minderjarige is om omgang vast te leggen.
De vader heeft meerdere verzoeken ingediend, waaronder het horen van de deskundige als getuige, welke door het hof zijn afgewezen. Het hof vond dat de vader voldoende gelegenheid had gehad om op het deskundigenrapport te reageren en het laatste woord te voeren.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is, omdat de middelen niet voldoen aan de eisen van precisie en omdat geen schending van art. 6 en Pro 8 EVRM is vastgesteld. Ook is art. 200 lid 5 Rv Pro niet van toepassing, aangezien de deskundige door de rechter was benoemd. Het hof heeft terecht het verzoek tot het horen van de deskundige afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hof wijst het verzoek tot omgang af.