Conclusie
2.Bespreking van het principaal cassatieberoep
Het recht van reclame van [eiseres 1]
LeasingBV was een reden te meer voor Chrysler om een nader onderzoek achterwege te laten, nu het kennelijk over een voormalige lease-auto ging,
volledigevoertuigpapieren – als te goeder trouw is aan te merken en niet onzorgvuldig heeft gehandeld. In cassatie staat namelijk vast dat voertuigpapieren in de branche pas worden afgegeven als er betaald is, niet al daarvoor (gelijk oversteken, boter bij de vis). Dat ligt ook nogal voor de hand in de (tweedehands) voertuigenhandel en dat wordt niet voor niets, zo staat eveneens in cassatie vast, aangemerkt als een ‘gouden regel’. Als een derde ziet dat papieren worden afgegeven – ook al is dat hier op verzoek van zijn bank in verband met financiering/opvolgende samenwerking tweede-derde – dan mocht de derde normaal gesproken aannemen dat de eerste was betaald/op korte termijn betaald zou worden, althans instemt met overdracht, zodat de derde geen uitoefening van het recht van reclame door de eerste meer behoefde te verwachten. Ik zie hier geen nadere onderzoeksplicht van de derde. De eerste heeft bij aflevering van de voertuigen met (via de tweede) alle voertuigpapieren de derde niet gewaarschuwd dat hij, eerste, nog niet betaald was en een afspraak met de tweede had dat deze hem pas hoefde te betalen na ontvangst van betaling door de derde. Het is hier dus omgekeerd, er geldt een waarschuwingsplicht voor de eerste. Als de eerste wel zo’n waarschuwing had afgegeven, was er lijkt mij wel al snel een rechtsplicht aanwezig voor de derde om kenbaar te maken dat hij zou gaan verrekenen met de tweede, althans is dan niet snel sprake van een beschermwaardige derde. Maar zo’n waarschuwing van de eerste is niet gegeven. Zodoende wist de derde niet en behoorde deze ook niet te weten van de bijzondere betalingsafspraak tussen eerste en tweede; het ondanks niet betaald zijn af doen geven van integrale voertuigpapieren wijkt dusdanig af van wat gebruikelijk is in de branche, dat de derde er ook niet op bedacht hoefde te zijn dat de eerste nog niet betaald was/niet instemde met overdracht. In die situatie behoefde de derde ook niet aan de eerste zijn voornemen om te gaan verrekenen kenbaar te maken. Er was op zich een plausibele verklaring voorhanden voor de ongebruikelijke stap van het meteen al verschaffen van de voertuigpapieren in verband met de boogde financiering door de derde en de sale and lease back-constructie/opvolgende exploitatie in samenwerking tussen tweede en derde, zoals die ten tijde van de levering beoogd was. Omdat sprake was van beoogde doorlevering aan de derde, waarvan de eerste op de hoogte was, is het stellen van de voertuigen op naam van de tweede ook niet vereist, dus dat hoefde hier geen argwaan te wekken. Deze bijzondere omstandigheden maken hier ruimte voor (analoge toepassing van) de verfijning/uitzondering op de hoofdregel uit Bull’s Eye/Chrysler, dat in geval van beoogde snelle doorlevering van voertuigen afwezigheid van tenaamstelling op de directe voorman niet beslissend hoeft te zijn voor een geslaagd beroep op derdenbescherming. Dat geldt zeker in combinatie met meerbedoelde ‘gouden regel’.
Productie 4een verklaring (…) in het geding waaruit de door [verweerster 2] geschetste gebruikelijke procedure bij de verkoop van gebruikte trucks blijkt.
op rek. (…)’.
toestemminghebben gegeven voor de eigendomsoverdracht van de voertuigen aan [verweerster 2]. [eiseressen] waren immers op de hoogte van de doorlevering door [A] aan [verweerders] en hebben daaraan meegewerkt door de voertuigen feitelijk bij [verweerster 2] af te leveren, zonder [verweerster 2] op de hoogte te brengen van hun eventuele aanspraken op de voertuigen in geval van niet-betaling door [A] en door via [A] de volledige voertuigadministratie alvast aan [verweerders] te laten toekomen. Uit die gedragingen kan worden opgemaakt dat [eiseressen], als achtermannen/eigenaren van de trekkers/opleggers, hebben ingestemd met de eigendomsoverdracht. Het beroep op het recht van reclame is door het hof terecht verworpen. Met name tegen de achtergrond van de in feitelijke instanties onbestreden ‘gouden regel’ binnen de (vrachtwagen)branche dat de overschrijvingsbewijzen pas worden meegegeven nadat de voertuigen zijn betaald. Dat laatste mochten [verweerders] zodoende veronderstellen in deze zaak. Zij konden zonder mededeling van [eiseressen] geen wetenschap hebben van de bijzondere constructie die [A] had bedongen van [eiseressen] dat pas betaald zou worden na betaling door [verweerders] In deze feitenconstellatie kon het hof het bewijsaanbod van [eiseressen] [26] als niet ter zake doend passeren. De klachten en de toelichting op het middel (p. 14) gaan ook nog in op het eigendomsvoorbehoud, maar het hof heeft in de bestreden rov. 7 en 11 niet over eigendomsvoorbehoud beslist, zodat ook die klachten doel missen.
Eigendomsvoorbehoud [eiseres 2]
Onrechtmatige daad