ECLI:NL:PHR:2015:2460
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling bij overtreding Flora- en faunawet
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van overtreding van artikel 9 en Pro overtreding van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Flora- en faunawet, met oplegging van een geldboete van € 2000.
Verdediging stelde in hoger beroep dat verdachte mocht vertrouwen op een onduidelijke en wisselende regelgeving omtrent ontheffingen en toestemming voor het afschieten van wilde zwijnen, en dat sprake was van verontschuldigbare rechtsdwaling. Zij verwees naar onduidelijkheid in provinciale besluiten, mededelingen van de Wild Beheer Eenheid (WBE) en getuigenverklaringen.
Het hof oordeelde dat de WBE niet als gezaghebbende instantie kon worden aangemerkt en dat de verstrekte informatie onvoldoende concreet was om rechtsdwaling aan te nemen. Het hof verwierp het beroep op rechtsdwaling en bevestigde de bewezenverklaring.
De Hoge Raad concludeert dat verdachte had kunnen nagaan dat schriftelijke toestemming van de jachthouder of grondgebruiker vereist was en dat onzekerheid over de regelgeving onvoldoende is voor verontschuldigbare rechtsdwaling. Het cassatiemiddel faalt en wordt verworpen, waarmee het vonnis van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling en bevestigt de geldboete van € 2000 voor overtreding van de Flora- en faunawet.