ECLI:NL:HR:2008:BC0813
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bedrieglijke bankbreuk met verzwegen buitenlands vermogen
De verdachte werd veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk omdat hij tijdens zijn faillissement vermogen in België en andere buitenlandse activa voor de curator verborgen hield. Hij beriep zich op rechtsdwaling, stellende dat hij op advies van advocaten meende dat het faillissement in Nederland geen werking had in België en dat zijn buitenlandse vermogen niet tot de boedel behoorde.
Het hof verwierp dit verweer, stellende dat een faillissement het gehele vermogen omvat, ook dat in het buitenland, tenzij de buitenlandse rechtsorde zich daartegen verzet. Dit laatste verweer kon in cassatie niet meer worden ingebracht. Ook het beroep op rechtsdwaling werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat verdachte gerechtvaardigd op het advies mocht vertrouwen.
Daarnaast werd het verweer van overschrijding van de redelijke termijn verworpen vanwege de complexiteit van de zaak en de onderhandelingen over een schikking. De Hoge Raad vernietigde het vonnis alleen voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en matigde deze tot 23 maanden. Het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf wegens bedrieglijke bankbreuk met verzwegen buitenlands vermogen.