Conclusie
middelklaagt dat de Rechtbank buiten het geldende toetsingskader is getreden bij haar beslissing tot gegrondverklaring van het beklag, althans dat dat oordeel ontoereikend is gemotiveerd.
De beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
De Rechtbank Overijssel heeft bij beschikking het conservatoir beslag op de onroerende zaken, auto's, bankrekeningen, contant geld en effecten van klaagster opgeheven, omdat zij oordeelde dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter een ontnemingsmaatregel zou opleggen.
De rechtbank baseerde dit op het feit dat klaagster al jaren een coffeeshop exploiteert die volgens het lokale gedoogbeleid functioneert, dat de belastingdienst de boekhouding goedkeurde en dat zij in de strafzaak schuldig werd verklaard zonder strafoplegging. De rechtbank ging daarmee voorbij aan het voorlopige karakter van de beklagprocedure en liep vooruit op een nog te voeren ontnemingszaak.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte op de stoel van de ontnemingsrechter is gaan zitten en onvoldoende rekening hield met het feit dat de ontnemingsprocedure nog loopt. Ook was de motivering ontoereikend. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug of wijst anderszins passend toe.
De zaak betreft een complexe beoordeling van beslaglegging en ontneming in het kader van drugshandel via een coffeeshop, waarbij de Hoge Raad de juiste toepassing van het toetsingskader bij art. 94a Sv benadrukt en het belang van een zorgvuldige motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot opheffing van het conservatoir beslag wegens ontoereikende motivering en onjuiste toepassing van het toetsingskader.