Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof – met bevestiging van het vonnis van de rechtbank – de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door bewezen te verklaren dat de verschillende onder 1 en 2 ten laste gelegde gedragingen door verdachte én zijn mededader zijn verricht, terwijl de tenlasteleggingen inhouden dat bepaalde gedragingen slechts door één van hen zijn verricht (onderdeel 1 van het eerste middel). Daar komt bij dat het bewijs voor het gezamenlijk verrichten van de afzonderlijke gedragingen niet uit de bewijsmiddelen volgt (onderdeel 2 van het eerste middel).
heeftgepakt en/of op die [betrokkene 1]
heeftgericht en/of gericht
heeftgehouden, en/of (daarbij)
heeftgeroepen: "Ik ga je schieten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
heeftgeslagen en/of (daarbij)
heeftgeroepen: "Liggen jij" en/of
heeftgepakt en/of op die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 4]
heeftgericht en/of gericht
heeftgehouden, en/of (daarbij)
heeftgeroepen: "Ik schiet opzij, ik ga schieten, ga weg" en/of "Ga weg, ga weg of ik schiet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
heeftgeschoten;
heeftgeschoten, welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweldpleging in vereniging, en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(S) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.”
hebbengepakt en op die [betrokkene 1]
hebbengericht en gericht
hebbengehouden, en daarbij
hebbengeroepen: "Ik ga je schieten" en
hebbengeslagen en daarbij heeft geroepen: "Liggen jij" en
hebbengepakt en op die [betrokkene 2] en die [betrokkene 3] en die [betrokkene 4]
hebbengericht en gericht
hebbengehouden en daarbij
hebbengeroepen: "Ik schiet opzij, ik ga schieten, ga weg" en "Ga weg, ga weg of ik schiet" en
hebbengeschoten;
hebbengeschoten, welke vooromschreven poging tot doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweldpleging in vereniging, en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.”
tweede middelbevat de klacht, zo meen ik het te kunnen samenvatten, dat het hof ontoereikend gemotiveerd bewezen heeft geacht dat het medeplegen door verdachte – na de overval op de juwelier – zich heeft uitgestrekt tot de pogingen tot doodslag, waarbij uitsluitend verdachtes mededader op omstanders heeft geschoten (feit 2). Verdachtes opzet zou niet zijn gericht op het gebruik van het wapen door zijn mededader.
derde middelbevat dezelfde klacht, maar dan ten aanzien van het richten, gericht houden en schieten met het wapen door verdachtes mededader tijdens de overval op de juwelier, zoals verwoord in de laatste twee gedachtestreepjes van het onder 1 ten laste gelegde en bewezenverklaarde.
vierde middelbevat de klacht dat de bewezenverklaringen van de feiten 1, 2 en 3 ontoereikend zijn gemotiveerd, voor zover het hof daaraan mede ten grondslag heeft gelegd de veronderstelling dat verdachtes mededader is teruggekomen om verdachte te bevrijden, hetgeen resulteerde in het schieten op omstanders.
vijfde middelwordt geklaagd dat het hof ten onrechte het vonnis van de rechtbank heeft bevestigd, voor zover de rechtbank daarbij de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft bevolen. De proeftijd van deze voorwaardelijke straf is namelijk ingegaan na betekening van de uitspraak op 1 mei 2012, terwijl de feiten die aanleiding hebben gegeven tot het toewijzen van de vordering tot tenuitvoerlegging vóór het ingaan van de proeftijd zijn begaan.
zesde middelbevat de klacht dat de inzendtermijn is overschreden.