ECLI:NL:HR:2005:AT5752
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-naleving proeftijd bij voorwaardelijke straf
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor diefstal met braak. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf.
De verdachte stelde dat de proeftijd niet was ingegaan omdat hij niet conform art. 366a Sv was geïnformeerd, waardoor de tenuitvoerlegging onrechtmatig zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat het beroep faalt wegens gebrek aan belang, omdat ook een strafbaar feit gepleegd vóór het ingaan van de proeftijd aanleiding kan geven tot tenuitvoerlegging volgens art. 14c lid 1 Sr.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van de uitspraak. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 14 juni 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf blijft gehandhaafd.