ECLI:NL:HR:2009:BJ7258
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf bij feit vóór uitspraak
In deze zaak stond de vraag centraal of de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf kan worden gelast voor een strafbaar feit dat vóór de uitspraak waarbij de straf werd opgelegd, is begaan.
De verdachte was veroordeeld voor een feit gepleegd op 29 mei 2006 en kreeg op 22 augustus 2006 een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Later vorderde het openbaar ministerie de tenuitvoerlegging van deze straf omdat de verdachte zich tijdens de proeftijd opnieuw schuldig zou hebben gemaakt aan een strafbaar feit.
Het hof had de tenuitvoerlegging gelast, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit niet kon omdat het strafbare feit waarop de tenuitvoerlegging was gebaseerd, vóór de uitspraak lag waarbij de voorwaardelijke straf werd opgelegd. Op grond van artikel 14c, eerste lid, Sr en de ratio van de algemene voorwaarde is tenuitvoerlegging in zo’n geval niet toegestaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom de last tot tenuitvoerlegging en wees de vordering af, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. De Hoge Raad besloot de zaak zelf af te doen omwille van doelmatigheid.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af omdat het strafbare feit vóór de uitspraak is gepleegd.