Voetnoten
1.Inspecteur van de Belastingdienst/regio Limburg/kantoor Buitenland.
3.Zie (r.o. 3.12.2 van het arrest) HR 9 augustus 2013, nr. 12/05577, ECLI:NL:HR:2013:474, m. concl. van mijn hand, 4.HvJ EU 24 februari 2015, nr. C-512/13, ECLI:EU:C:2015:108, m. concl. A-G Kokott,
5.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
6.Zie onderdeel 4 van het arrest genoemd onder voetnoot 3.
7.Zie voetnoot 3.
10.M.W.C. Feteris,
12.Resolutie van 2 april 1986, nr. 285/1429,
14.Zie tevens de beschouwing door M.G.H. Schaper en H. Niesten, ‘Hof van Justitie erkent meestbegunstigingsverplichting in het EU-recht: de zaak Sopora’,
15.Het Hof gewaagt in r.o. 32 van “andere situaties”, hetgeen mijns inziens moet worden gelezen in samenhang met r.o. 27.
16.Het Hof gewaagt in r.o. 35 weliswaar van ‘deze limieten’ – waarmee ze verwijst naar de limieten voor de afstand ten opzichte van de woonplaats van werknemers en de hoogte van de toegekende vrijstelling (r.o. 34) −, maar het ontgaat mij hoe de 150 km-grens aanleiding zou kunnen geven tot overcompensatie.
17.M.G.H. Schaper en H. Niesten, ‘Hof van Justitie erkent meestbegunstigingsverplichting in het EU-recht: de zaak Sopora’,
18.Aldus reeds Aristoteles in Ethica Nicomachea 3(1131)a. Zie voorts R.H. Happé,
20.E.C.C.M. Kemmeren, ‘Sopora: A Welcome Landmark Decision on Horizontal Comparison’,
21.Digitaal geraadpleegd.
22.Digitaal geraadpleegd.
23.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
24.Het staat een belanghebbende overigens uiteraard vrij om te betogen dat er naast de door de staatssecretaris gegeven opsomming nog andere uitgaven zijn die zouden kunnen kwalificeren als extraterritoriale kosten. Het Besluit is immers slechts een beleidsregel.
25.Zie voetnoot 3.
26.Vgl. K. Lenaerts & P. van Nuffel,
28.Vgl. bijvoorbeeld HvJ EG 9 november 1983, zaak C-199/82 (
29.Vgl. art. 149, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en art. 339, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering. Zie bijv. HR 3 maart 1993, nr. 28 832, ECLI:NL:HR:1993:ZC5275, 30.Zie Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen, 2015, nr. 138 e.v. en M.W.C. Feteris,
33.F.P.G. Pötgens, ‘Sopora: over horizontale discriminatie en overcompensatie’,
35.HvJ EU 17 juni 2010, zaak C-105/08 (
43.Besluit van 20 december 2000 tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten,
46.Besluit van 22 december 2011 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten,
49.D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, Th.J.M. van Schendel en H.C. Verploegh,
51.E. Stulemeijer, ‘Themanummer De 35%-regeling’,
58.De cijfers in de kolom ‘relatieve omvang’ zijn berekend en toegevoegd door mij.
60.‘Werkgevers op bres voor expatregeling’,
68.Noot opgenomen in
70.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
71.Planbureau voor de Leefomgeving, Buitenlandse kenniswerkers in Nederland; Waar werken en wonen ze en waarom?, PBL: 2014, blz. 70 en 71.
72.Zie de opmerking van werkgevers over de hoogte van deze kosten in onderdeel 9.27.
73.Zie art. 10ea, lid 1, onderdeel b, van het UB LB 1965
74.70% van € 70.000.
75.30% van € 70.000.
76.70% van € 250.000.
77.30% van € 250.000.
78.J. Ooijevaar en L. Verkooijen, Expat, wanneer ben je het? Een afbakening van in het buitenland geboren werknemers op basis van loon, Den Haag: CBS 2015, blz. 19.
79.Planbureau voor de Leefomgeving, Buitenlandse kenniswerkers in Nederland; Waar werken en wonen ze en waarom?, PBL: 2014, blz. 12.
80.Planbureau voor de Leefomgeving, Buitenlandse kenniswerkers in Nederland; Waar werken en wonen ze en waarom?, PBL: 2014, blz. 12.
81.Er bestaan overigens wel indicaties voor een wijzigende trend, zie ‘Expat in Eindhoven koopt steeds vaker een huis’, ED 29 juli 2015, http://www.ed.nl/regio/eindhoven/expat-in-eindhoven-koopt-steeds-vaker-een-huis-1.5115927. Bij aanschaf van een koopwoning kan ik mij overigens voorstellen dat het forfait van 30% te hoog kan zijn indien er een samenloop is met de hypotheekrenteaftrek.
82.Zie onderdeel 9.11 en
83.Zie onderdeel 9.12.
84.Planbureau voor de Leefomgeving, Buitenlandse kenniswerkers in Nederland; Waar werken en wonen ze en waarom?, PBL: 2014, blz. 12 en J. Ooijevaar en L. Verkooijen, Expat, wanneer ben je het? Een afbakening van in het buitenland geboren werknemers op basis van loon, Den Haag: CBS 2015, blz. 19.
85.Zie hoofdstuk 10 van deze conclusie.
86.Zie art. 31a, lid 2, onderdeel a, van de Wet LB 1964. In het Besluit van 11 februari 2004 wordt overigens verwezen naar art. 15b. eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB 1964, maar dit artikel is vervallen per 1 januari 2011.
87.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
88.http://energiesprong.nl/wp-content/uploads/2014/11/woonlasten-BZK.pdf, voor het laatst geraadpleegd op 31 augustus 2015.
89.Planbureau voor de Leefomgeving, Buitenlandse kenniswerkers in Nederland; Waar werken en wonen ze en waarom?, PBL: 2014, blz. 74.
90.CBS, Woonlasten vormen bijna 40 procent uitgaven laagste inkomens, http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/inkomen-bestedingen/publicaties/artikelen/archief/2015/woonlasten-vormen-bijna-40-procent-uitgaven-laagste-inkomens.htm.
91.Cijfers zijn gevonden op de site CheapTickets.nl bij keuze voor businessclass vluchten met KLM in oktober vanuit Amsterdam naar Barcelona, Boedapest, Warschau en Helsinki (laatst bekeken op 19 juni jl.).
92.Zie onderdeel 11.14.
93.Huurlasten (12 * € 2.000=) € 24.000 + reiskosten (12 * € 900=) € 10.800.
94.€ 34.800/€ 70.000.
95.Huurlasten (12 * € 5.000=) € 60.000 + reiskosten (24 * € 900=) € 21.600.
96.€ 81.600/€ 250.000.
97.Huurlasten (12 * € 2.000=) € 24.000 + reiskosten (12 * € 900=) € 10.800.
98.€ 34.800/€ 70.000.
99.Huurlasten (12 * € 4.000=) € 48.000 + reiskosten (24 * € 900=) € 21.600.
100.€ 58.800/€ 250.000.
101.Huurlasten (12 * € 2.000=) € 24.000 + reiskosten (12 * € 900=) € 10.800.
102.€ 34.800/€ 70.000.
103.Huurlasten (12 * € 4.000=) € 48.000 + reiskosten (24 * € 900=) € 21.600.
104.€ 69.600/€ 250.000.
105.(€ 900 * 8=) € 7.200.
106.(€ 900 * 16=) € 14.400.
107.(€ 900 * 2=) € 1.800.
108.(€ 900 * 4=) € 3.600.
109.M.J.G.A.M. Weerepas, H. de Vries en H.T.P.M. van den Hurk,
110.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
111.Planbureau voor de Leefomgeving, Buitenlandse kenniswerkers in Nederland; Waar werken en wonen ze en waarom?, PBL: 2014, blz. 74.
112.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
113.De huurprijs per jaar is (€ 2.000 * 12=) € 24.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 24.000 – (49.000 * 0,18)=) € 15.180 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor alleenstaanden met dit brutoloon is € 1.800 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal op van (€ 15.180 + € 1.800=) € 16.980.
114.€ 16.980/€ 70.000.
115.De huurprijs per jaar is (€ 5.000 * 12=) € 60.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 60.000 – (175.000 * 0,18)=) € 28.500 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor alleenstaanden met dit brutoloon is € 3.600 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 28.500 + € 3.600=) € 32.100 op.
116.€ 32.100/€ 250.000.
117.De huurprijs per jaar is (€ 2.000 * 12=) € 24.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 24.000 – (49.000 * 0,18)=) € 15.180 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor gezinnen met dit brutoloon is € 7.200 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 15.180 + € 7.200=) € 22.380 op.
118.€ 22.380/€ 70.000.
119.De huurprijs per jaar is (€ 5.000 * 12=) € 60.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 60.000 – (175.000 * 0,18)=) € 28.500 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor gezinnen met dit brutoloon is € 14.400 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 28.500 + € 14.400=) € 42.900 op,
120.€ 42.900/€ 250.000.
121.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
122.De huurprijs per jaar is (€ 2.000 * 12=) € 24.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 24.000 – (49.000 * 0,18)=) € 15.180 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor alleenstaanden met dit brutoloon is € 1.800 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 15.180 + € 1.800=) € 16.980 op.
123.€ 16.980/€ 70.000.
124.De huurprijs per jaar is (€ 4.000 * 12=) € 48.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 48.000 – (175.000 * 0,18)=) € 16.500 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor alleenstaanden met dit brutoloon is € 3.600 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 16.500 + € 3.600=) € 20.100 op,
125.€ 20.100/€ 250.000.
126.De huurprijs per jaar is (€ 2.000 * 12=) € 24.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 24.000 – (49.000 * 0,18)=) € 15.180 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor gezinnen met dit brutoloon is € 7.200 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 15.180 + € 7.200=) € 22.380 op.
127.€ 22.380/€ 70.000.
128.De huurprijs per jaar is (€ 4.000 * 12=) € 48.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 48.000 – (175.000 * 0,18)=) € 16.500 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor gezinnen met dit brutoloon is € 14.400 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 16.500 + € 14.400=) € 30.900 op,
129.€ 30.900/€ 250.000.
130.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP2003/641M,
131.De huurprijs per jaar is (€ 2.000 * 12=) € 24.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 24.000 – (49.000 * 0,18)=) € 15.180 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor alleenstaanden met dit brutoloon is € 1.800 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 15.180 + € 1.800=) € 16.980 op.
132.€ 16.980/€ 70.000.
133.De huurprijs per jaar is (€ 4.000 * 12=) € 48.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 48.000 – (175.000 * 0,18)=) € 16.500 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor alleenstaanden met dit brutoloon is € 3.600 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 16.500 + € 3.600=) € 20.100 op.
134.€ 20.100/€ 250.000.
135.De huurprijs per jaar is (€ 2.000 * 12=) € 24.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 24.000 – (49.000 * 0,18)=) € 15.180 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor gezinnen met dit brutoloon is € 7.200 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 15.180 + € 7.200=) € 22.380 op.
136.€ 22.380/€ 70.000.
137.De huurprijs per jaar is (€ 4.000 * 12=) € 48.000. Van deze totale huurprijs kan een bedrag van (€ 48.000 – (175.000 * 0,18)=) € 16.500 als extraterritoriale kosten worden aangemerkt. Een aannemelijk te achten bedrag aan reiskosten voor gezinnen met dit brutoloon is € 14.400 (zie onderdeel 11.29). Dit levert een totaal van (€ 16.500 + € 14.400=) € 30.900 op.
138.€ 30.900/€ 250.000.
139.De belanghebbende reist dagelijks heen en weer tussen zijn/haar woonplaats in het buitenland en de werkplaats in Nederland.
140.Belanghebbende betrekt zelf een woning in Nederland, terwijl zijn/haar gezin in het land van herkomst blijft.
141.Belanghebbende gaat met zijn/haar gezin in Nederland wonen c.q. belanghebbende is alleenstaand en betrekt een woning in Nederland.
142.Bij gebrek aan recenter cijfermateriaal ga ik uit van de deze cijfers uit 2002.
143.Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 2004, nr. CPP 2003/641M,