ECLI:NL:HR:1999:AE8721
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing bezwaar navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd met een verdubbelingsverhoging, waartegen bezwaar werd gemaakt. De Inspecteur handhaafde de aanslag en de weigering van kwijtschelding. Het Hof Arnhem bevestigde deze beslissing na behandeling van het beroep.
Belanghebbende stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder over de hoorzitting, bewijswaardering en de verdeling van de bewijslast. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet ambtshalve getuigenverklaringen hoefde op te nemen en dat klachten over de bewijswaardering en bewijslastverdeling niet tot cassatie konden leiden omdat deze oordelen van feitelijke aard zijn.
Verder wees de Hoge Raad het beroep af dat de redelijke termijn was overschreden, waarbij werd verduidelijkt dat de termijn pas begint te lopen vanaf het moment dat een strafvervolging of een daarmee gelijkgestelde handeling wordt ingesteld. De Hoge Raad zag geen gronden voor proceskostenveroordeling en verwierp het beroep in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.