AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt toetsingsmoment specifieke deskundigheid 30%-regeling op datum arbeidsovereenkomst
Belanghebbende sloot op 2 maart 2011 een arbeidsovereenkomst en trad op 1 mei 2011 in dienst. In 2013 diende hij een verzoek in tot toepassing van de 30%-regeling, dat door de Inspecteur werd afgewezen. De Rechtbank oordeelde dat de toetsing van specifieke deskundigheid moet plaatsvinden op het moment van het sluiten van de arbeidsovereenkomst, met toepassing van de regelgeving uit 2011.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de gewijzigde regelgeving per 1 januari 2012 directe werking heeft en dat de toetsing aan de criteria van 2013 moet plaatsvinden. De Hoge Raad bevestigde echter dat het toetsingsmoment de datum van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst is, en dat de beoordeling volgens de regelgeving van dat moment moet geschieden. De strekking van de 30%-regeling is dat de werkgever op dat moment baat heeft bij de faciliteit.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, aangezien wetswijzigingen onderscheid maken tussen gevallen voor en na de wijzigingsdatum zonder dat dit discriminatoir is. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond, waarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de 30%-regeling werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; toetsing specifieke deskundigheid vindt plaats op datum arbeidsovereenkomst volgens toen geldende regelgeving.
Voetnoten
1.De inspecteur van de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland.
2.Rb. Zeeland-West-Brabant 19 februari 2014, nr. AWB 13/5679, ECLI:NL:RBZWB:2014:1123, V-N 2014/43.2.4, FutD 2014/1227. 3.Per 1 januari 2012 is de 30%-regeling herzien. Dit vloeide voort uit het Belastingplan 2012. De 30%-regeling werd enerzijds ingeperkt om onbedoeld gebruik van de regeling tegen te gaan en anderzijds verruimd waar deze in de praktijk knelde. Dit leidde er toe dat het in art. 10eb UB LB 1965 opgenomen criterium dat een ingekomen werknemer moet beschikken over ‘specifieke deskundigheid’ vanaf dat moment (mede) wordt ingevuld door salarisnormen. Bij een salaris dat tenminste gelijk is aan de betreffende norm, wordt de werknemer geacht te beschikken over specifieke deskundigheid en – tenzij het derde lid van toepassing is – bij een salaris ónder deze norm niet. Staat vast dat een werknemer specifieke deskundigheid bezit, dan wordt vervolgens getoetst of de specifieke deskundigheid op de Nederlandse markt schaars is (lid 4).
4.Besluit van 22 december 2011 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten,
5.Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 23 augustus 2013, nr. DGB 2013/70M,
6.HR 28 april 2006, nr. 41 501, ECLI:NL:HR:2006:AU2303, na conclusie A-G Van Ballegooijen, BNB 2006/264 m. nt. P.H.J. Essers, FED 2006/98 m. nt. P.G.H. Albert, NTFR 2006/664 m. nt. Van Waaijen, FutD 2005/1694, V-N 2006/26.15 m. nt. red. 7.BNB 2006/265.
8.FED 2006/98.
9.V-N 2006/25.15.
10.NTFR 2006/664 onder verwijzing naar NTFR 2006/665.
11.V-N 2013/59.27.
12.G.W.B. van Westen, Cursus Belastingrecht, Loonbelasting, 10.4.2.e7, Deventer: Kluwer 2013.
13.B.R.R. James, De 30%-regeling voor ingekomen werknemers, Amersfoort: SDU Uitgevers 2009 (tweede druk), blz. 33. Hij verwijst naar HR 28 april 2006, nr. 41.501, BNB 2006/264c en HR 28 april 2006, nr. 41.502, BNB 2006/265.
15.Art. 10eb UB LB 1965 (zie onder 4.3 en 4.4).
16.Steun voor dit standpunt is te vinden in het antwoord van de redactie van V-N op een door een lezer gestelde vraag (zie onder 4.12).
17.Zie tevens het betoog van Essers in zijn noot bij het arrest van de Hoge Raad van 28 april 2005, nr. 41 501 (zie onder 4.8).
18.Zie hieromtrent ook M.R.T. Pauwels, terugwerkende kracht van belastingwetgeving: gewikt en gewogen, Een rechtstheoretisch en positiefrechtelijk onderzoek naar een methode voor vorming van wettelijk overgangsrecht, Amersfoort: SDU uitgevers, onder 2.7, blz 42 e.v., en M. Schuver-Bravenboer, Fiscaal overgangsrecht, Een raamwerk voor het vormgeven en beoordelen van het overgangsbeleid van de fiscale wetgever, Deventer: Kluwer 2009, onder 2.10, blz. 60 en 61.
19.HR 14 juni 2013, nr. 12/03630, ECLI:NL:HR:2013:BZ7857, na conclusie A-G Wattel, BNB 2013/216 m. nt. P.J. van Amersfoort, V-N 2013/30.18 m. nt red., FutD 2013/1497 m. nt. red, NJB 2013/1568, NJB 2013/1568, NTFR 2013/1551 m. nt. J.P. Boer.