ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8403
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toepassing 30%-bewijsregel voor profvoetballer
Belanghebbende, een profvoetballer, verzocht om toepassing van de 30%-bewijsregel met ingang van 1 juli 2005, de datum waarop hij bij een Nederlandse club ging spelen. De Belastingdienst had het beleid omtrent deze bewijsregel in december 2005 versoepeld, waardoor belanghebbende onder het nieuwe beleid wel in aanmerking kwam, terwijl dat onder het oude beleid niet het geval was.
De rechtbank beoordeelde of de versoepeling met terugwerkende kracht toegepast kon worden. Volgens artikel 9h, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting geldt dat een verzoek om toepassing van de bewijsregel binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling moet worden gedaan om terugwerkende kracht te verkrijgen. Belanghebbende had het verzoek pas in december 2005 ingediend, wat buiten deze termijn viel.
De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende en oordeelde dat de bewijsregel pas vanaf 1 januari 2006 van toepassing kon zijn. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op een besluit van de staatssecretaris voor grensarbeiders werd eveneens ongegrond verklaard, omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar zijn en de termijnregels objectief gerechtvaardigd zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, en mr. A.A. den Hartog en mr. W. Brouwer, rechters.
Uitkomst: De 30%-bewijsregel geldt vanaf 1 januari 2006 en niet met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2005.