ECLI:NL:HR:2013:BZ7857
Hoge Raad
- Cassatie
- M.W.C. Feteris
- C. Schaap
- P.M.F. van Loon
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen discriminatie bij terugwerkende verlaging overdrachtsbelasting
Belanghebbende kocht op 28 januari 2011 een appartementsrecht en betaalde op 14 juni 2011 overdrachtsbelasting tegen het tarief van 6%. Later werd bekendgemaakt dat het tarief voor woningen per 15 juni 2011 werd verlaagd naar 2%, met terugwerkende kracht tot die datum.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de betaling van het hogere tarief en verzocht om teruggaaf, wat werd afgewezen door de Inspecteur en bevestigd door de Rechtbank Haarlem. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsmarge heeft gehandeld door de terugwerkende kracht te beperken tot 15 juni 2011, ook al was er een eerdere politieke uitlating op 17 juni 2011. Dit verschil in enkele dagen en het ontbreken van een nadere toelichting leiden niet tot discriminatie in de zin van artikel 14 EVRM Pro of artikel 26 IVBPR Pro.
Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee is bevestigd dat de beperking van de terugwerkende kracht van de tariefsverlaging geen schending van het discriminatieverbod inhoudt.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; de terugwerkende kracht van de tariefsverlaging tot 15 juni 2011 is geen discriminatie.