ECLI:NL:PHR:2015:1688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigende grond bij aanleg provinciale weg ondanks economische crisis en bodemverontreiniging
De zaak betreft een cassatieprocedure van de Provincie Zuid-Holland tegen een arrest van het Hof Den Haag over de schadeloosstelling voor onteigening van gronden ten behoeve van de aanleg van een rotonde en de provinciale weg N217.
Na verwijzing door de Hoge Raad had het Hof vastgesteld dat het bestemmingsplan N217 geëlimineerd moest worden bij de waardering van de onteigende gronden. Het Hof bepaalde de werkelijke waarde van het onteigende op €27,50 per m2, gebaseerd op markttransacties uit 2005-2008 door projectontwikkelaars, ondanks het uitbreken van de financiële crisis in 2008 en mogelijke bodemverontreiniging.
De Provincie stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen deskundigen had opgeroepen, onvoldoende rekening had gehouden met de economische crisis en bodemverontreiniging, en onvoldoende had gemotiveerd waarom van het deskundigenadvies werd afgeweken. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof bevoegd was zelfstandig te waarderen zonder hernieuwde deskundigen, dat de crisis impliciet was meegewogen, en dat de bodemverontreiniging in dit geval geen invloed had op de waardering. De klachten faalden, en de conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Provincie wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt vastgesteld op €27,50 per m2 volgens het arrest van het Hof.