Conclusie
eerste middelbegrijp ik aldus dat indien de middelen ingediend in de strafzaak doel zouden treffen, de grondslag onder de ontnemingszaak zou komen te vervallen.
tweede middelhoudt in dat het hof ten onrechte niet, althans niet toereikend heeft gerespondeerd op het verweer dat betrokkene niet meer geld heeft uitgegeven dan er aan legale inkomsten binnenkwam.
2008: inkomsten € 14.948,00 vaste uitgaven € 10.883,87
2009: inkomsten € 19.660,56 vaste uitgaven € 11.67,27
2010: inkomsten € 14.948,78 vaste uitgaven € 10.681,71
2011: inkomsten € 14.978,44 vaste uitgaven € 11.191,11
De overzichten laten ons duidelijk zien dat cliënte in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Uiteraard komen de kosten voor boodschappen en kleding hier nog bij maar ook dan kan cliënte het in haar eentje rooien en dat doet ze dan ook al jaren.
(…)”
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Legale contante inkomsten:Eenmanszaak [medeveroordeelde]: jaren 2008 t/m 2011Contante privé-opnamen: € 20.477,05Contante privéstortingen: € 8.345,00Eindsaldo contante privéonttrekking eenmanszaak:€ 20.477,05 - € 8.345,00 = € 12.132.05
€ 12.132.05 + € 6.900,00 + € 10.000,- = € 29.032,05
€ 9.140,95.
Contante stortingen rekeningen van [medeveroordeelde] en [betrokkene]:Contante stortingen op rekening [0001]: € 47.000,00Contante stortingen op rekening [0002]: € 3.460,00Contante opnamen van rekening [0001]: € 18.615,00Contante opnamen van rekening [0002]: € 5.485,00
Verschil stortingen en opnamen:(€ 47.000,00 + € 3.460,00) - (€ 18.615,00 + € 5.485,00) = € 26.360,00 -
€ 93.183,63
€ 84.042,68 -.”
derde middelkeert zich tegen de toepassing van art. 36e, zevende lid Sr.